Cultuur In Beeld zoekt medewerkers om mee te helpen om ons cultureel patrimonium in beeld te brengen.
Schrijft u graag over wat er te doen is in ons Vlaanderen? Dan is dit mogelijk uw ding.
U komt terecht in een leuk team.. Interesse? mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Boeken

Recensie (reis) Gids - Borgerhout voor passanten

b_800_600_0_00_images_artikelfotos_november2021_Borgerhout.png

 

auteur: Marc Spruyt

foto’s: Roel Hendrickx

uitgeverij: Luster, Antwerpen

gids voor district Borgerhout in Antwerpen

recensente: Gerda Sterk

XXXX

 

Hellhole

De benaming “reisgids” klinkt ironisch voor iemand die – zoals ik – in Antwerpen woont. Bovendien is Borgerhout (Borgerrokko, Borgerrio) wel de laatste plaats waar ik in een toeristische stemming naartoe zou wandelen. Drugs en dreigementen, dat is wat je op het nieuws hoort als het over dat Antwerpse district gaat. De auteur is zich daarvan terdege bewust, getuige de eerste titel: “ Een reisgids over Borgerhout, ben je gek?” Vervolgens doet hij een boek lang zijn best om ons van het tegendeel te overtuigen en hij slaagt daarin wonderwel!

 

Eviva España

Er zijn een paar beroemde personen geboren in Borgerhout. Samantha scoorde een wereldhit met deze meezinger. Stan(neke) Ockers werd in 1955 wereldkampioen wielrennnen. Alfred Martougin was een beroemde chocolademaker. Vinçotte is een beeldhouwer die behalve standbeelden van (de omstreden) Leopold II ook het monumentale vierspan op de Triomfboog in het Brusselse Jubelpark maakte, het fronton op het Koninklijk paleis in Brussel en de tweespannen op het KMSKA. Albert Poels (“Lange Wapper” aan het Steen) woonde en werkte het grootste deel van zijn leven in Borgerhout. Van Pol Mara hangen er schilderijen in binnen- en buitenland.

 

Borgerhout voor beginners

In dit hoofstuk geeft hij telkens 5 tips, waaruit blijkt dat het district de moeite van een bezoek waard is, bv. voor gezinnen met kinderen, liefhebbers van groen (die komen niet echt aan hun trekken, dat geeft hij toe), architectuur, eten en drinken.

Sommige van de tips vinden we uitgebreider besproken terug in andere hoofdstukken.

 

Borgerhout intra muros

Dit is het 19de eeuwse Oud-Borgerhout dat gelegen is binnen de Antwerpse Ring. Het eerste waarmee de auteur uitgebreid uitpakt is het oud-gemeenthuis dat hij een sprookjeskasteel noemt, een parel van de 19de-eeuwse architectuur. Hij beschrijft bovendien wat er in de omgeving te zien is (een Rubens in de Sint-Willibrorduskerk!)

Hij vestigt de aandacht op De Roma, het Laar, de Engelselei en andere plaatsen die we zonder zijn uitleg voorbij zouden lopen.

Kunst in Borgerhout beperkt zich niet tot de vele voorbeelden van streetart, er zijn ook goede kunstgalerieën, zoals Zeno X.

 

Borgerhout extra muros

We ontdekken wat het 20ste-eeuwse deel, gelegen buiten de Antwerpse Ring, te bieden heeft. Daar treffen we het enige park aan: Te Boelaerpark. Niemand kan je tegenhouden om Het Rivierenhof in te wandelen, dat strict genomen in Deurne ligt. Silsburg is de begraafplaats van Borgerhout, al ligt die vreemd genoeg op Deurnes grondgebied. Hij wijdt een paar bladzijden aan wat er te zien is en welke belangrijke personen er een laatste rustplaats gevonden hebben.

 

Diversiteit

Het boek staat vol mooie foto’s, waarop gebouwen en inwoners te zien zijn. Dat het een multi-culturele plek is, valt niet te ontkennen en dat doet Marc Spruyt dan ook niet, integendeel. Kijk daarvoor ook maar bij de restaurants: een keuken met een Catalaanse toets, een Palestijnse, een Koreaanse en natuurlijk een Marokkaanse. Tal van landen beïnvloeden wat er op de tafel komt. 

 

Teenentander

Het boek is een joviale, plezierige stijl geschreven, af en toe doet het je lachen. Het begint al met: “Hoe in Borgerhout geraken?”. Je kan met de auto komen (“… is een hel”), met de trein (“..Antwerpen-Centraal lijkt gebouwd om gemakkelijk in B. te geraken”), met het vliegtuig (“en dan een taxirit via de Cogels-Osylei”), met het ruimteschip (“buitenaardsen zijn welkom… zolang ze in vrede komen en hun inkopen bij de lokale winkeliers doen”). In Borgerhout ga je te voet, neem je de fiets (Velo bv.) of gebruik je het openbaar vervoer. Hij is niet vies van een woordje Antwerps, al staat dat cursief gedrukt en soms wordt het zelfs verklaard. Niet iedereen weet immers wat “travakken” is.

 

De Reuskens

 Hij wijdt een aantal bladzijden aan de “Reuskens”, de 300 jaar oude folklore. Conscience heeft hier ooit gewoond en les gegeven. De tweede wereldoorlog heeft lelijk huis gehouden. Er hangen nog 94 Mariabeeldjes aan Borgerhoutse gevels, kortom, de auteur laat waar nodig de geschiedenis uitleggen wat er nu te zien is.

 

Nieuw leven

Borgerhout herleeft, jonge gezinnen namen en nemen er hun intrek, de hele buurt wordt hip. Ik heb het nagevraagd bij een collega die er geboren en getogen is. Zij is getuige geweest van zowel de verloedering als van de heropleving: tegenwoordig  zijn er veel leuke plekken. Spruyt kan het niet nalaten om te vermelden dat een overkapping van de lawaai en luchtvervuiling veroorzakende Antwerpse Ring een zegen zou zijn voor heel Borgerhout.

 Er staat één plannetje: een wandelroute, maar er hadden er gerust wat méér mogen instaan. Spruyt somt op de laatste bladzijden een aantal goede “adresjes” op. Er is een index met zowat alle namen die in het boek voorkomen.

Ik ben alvast van plan een kijkje te gaan nemen

 

Recensie Boek - Het Nijlpaard

Nijlpaard.png

 

 

HET NIJLPAARD

Auteur: Stephen Fry

Fictie: roman, humor

Uitgeverij: Thomas Rap, Amsterdam

Eerste druk: 2004

recensente: Gerda Sterk

XXX

Scheldpartij

“Je kunt van zo’n klootzak als ik niet verwachten dat hij een goed verhaal kan vertellen. Het kost me goddomme al moeite genoeg om met dit kloteapparaat om te gaan” Als eerste zin kan dit tellen en het geeft een goed beeld van de stijl waarin de hoofdpersoon zich uitdrukt. Ted Wallace is een verzuurde, misogyne alcoholist, die juist ontslagen is uit zijn job en al maanden zijn alimentatie niet kan betalen. Hij beschouwt zichzelf als een mislukkeling, al heeft hij ooit succes geoogst met zijn gedichten. Als zijn petekind, Jane, hem een merkwaardige opdracht geeft en hem daarvoor goed betaalt, kan hij niet weigeren.

Mysterie

Jane is in een terminale fase van leukemie. Ze vraagt hem om naar het landgoed van lord Logan te gaan en haar te berichten of hem iets raars opvalt. Ze vertelt hem niet waarop hij moet letten. De lezer maakt in ijltempo kennis met allerlei personages die Swafford Hall bevolken, maar vooral met David, de neef van Ted, die – zo wordt duidelijk – over vreemde, helende krachten beschikt.

Roman in briefvorm

Ted brengt verslag uit aan Jane in de vorm van lange, onsamenhangende brieven, waarin hij beschrijft wat er gebeurt in het landhuis, maar vooral offreert hij al vloekend en scheldend zijn inzichten over vrouwen, kunst, poëzie, seks, moraliteit en het moderne leven. De brieven worden afgewisseld met verhalen vanuit het perspectief van één van de karakters, wat het niet eenvoudiger maakt om te volgen. Het verhaal wordt regelmatig onderbroken door expliciet uitgelegde seksuele handelingen, de ene al vreemder dan de andere.

Nijlpaard

De titel lijkt ontleend aan het gedicht van T.S.Eliot (zie p.8) en aan het feit dat Ted graag in een bad ligt. Als u fan bent van een goed mysterie-verhaal, dan is dit boek niet voor u. Het gaat om de hilarische, genadeloze voorstelling van een reeks personages. De plot is bizar, maar eerder bijzaak: het is de kapstok waaraan de karakters opgehangen worden. Het mysterie wordt in de laatste bladzijden ontdaan van het bovennatuurlijke aspect. Ted is niet langer de vuurspuwende foeteraar, hij is de enige die zijn verstand gebruikt en de krachten van David herleidt tot wat ze zijn.

Humor

Wie Stephen Fry kent als de hoffelijke, bedachtzame gentleman van talkshows en tv-programma’s, zal even schrikken van het woordgebruik en de grove, soms cynische humor die hij in deze roman gebruikt. Het zal niet ieders “cup of tea” zijn, evenmin als de expliciete beschrijving van de seks-scènes. Het boek kreeg bij verschijnen in 1994 veel lovende kritieken en het werd verfilmd in 2017 onder zijn Engelse titel: The Hippopotamus.

 

Recensie boek - Fundamenteel

Fundamenteel.png

FUNDAMENTEEL

Tien sleutels tot de werkelijkheid

auteur: Frank Wilczek, winnaar van de Nobelprijs voor natuurkunde

non-fictie: wat we kunnen leren van wetenschap

Uitgeverij Nieuwezijds

recensente: Gerda Sterk, lid van HV, VJV, SKEPP

XXXXX

De wereld zien in een korrel zand

En de hemel in een wilde bloem

Houd het oneindige in de palm van je hand

En de eeuwigheid in een uur

 

Poëzie en wetenschap

Met de woorden van William Blake neemt Wilczek ons mee op een adembenemende tocht door de wonderen van de fysieke wereld. Wij zijn de enige diersoort die een glimp kunnen opvangen van wat er achter de grondvesten van de realiteit zit.  Wat is de wereld en hoe werkt die? Wilczek biedt ons sleutels om de werkelijkheid te begrijpen: er is een overvloed aan ruimte en tijd, er zijn slechts 4 basiswetten, er zijn weinig ingrediënten, er is materie en energie en alles werkt in op alles volgens vaststaande principes, denk maar aan E=mc². Het boek gaat uit van de feiten, natuurlijk, maar leidt ons ook de spirituele wereld binnen. Het psychische en het fysische vormen één geheel, zo legt hij uit.

 

God en gebod

“Dit boek wil ook een alternatief bieden voor traditioneel religieus fundamentalisme…. het tracht fundamentele vragen te beantwoorden door de fysieke werkelijkheid te onderzoeken, in plaats van tradities en teksten…. ontdekkingen als openbaringen” (p. 9) Zo maakt hij zijn overpeinzingen toegankelijk voor gelovigen en ongelovigen. In het nawoord besteedt hij even aandacht aan moraal: “Ik heb mijn best gedaan duidelijk te maken dat de wetenschap ons leert wat er is, niet wat er zou moeten zijn… opvattingen over moraliteit veranderen… de nieuwe zijn beter dan de oude. In de oudheid werd slavernij door velen vanzelfsprekend gevonden, maar tegenwoordig wordt die bijna algemeen veroordeeld, net als racisme, seksisme, nationalistische agressie en wreedheid tegen dieren”

Moeilijk

 Je moet geen wiskundige of fysicus zijn om van dit boek te genieten. Het is geschreven voor een groot publiek, maar het helpt wel als je beetje thuis bent in de algemene wetenschappelijke methodes, die uitgaan van een onderzoekende geest en het vermogen om zich te verbazen en zich dingen af te vragen.  Toch moet ik toegeven dat ik af en toe moeite had om hem te volgen. Ik geef een voorbeeld. In het hoofdstuk “Er is tijd in overvloed” heeft hij het over de historische tijd. De meesten onder ons kennen de koolstof-14 dateringsmethode die algemeen toegepast wordt in archeologie en paleobiologie, bv. om voorwerpen van het oude Egypte of de neanderthalers te dateren. Voor het eerst wordt mij uitgelegd dat die methode gebaseerd is op nucleaire isotopen en wat die doen en laten. Niet eenvoudig, maar je hoeft het niet volledig te verstaan om de bedenkingen te begrijpen die hij hieraan vastknoopt.

 

Ruimte in overvloed

Dit hoofdstuk is een voorbeeld van hoe hij moeilijke zaken zeer bevattelijk uitlegt. Hij heeft het over de zichtbare ruimte, maar ook over het menselijk brein, over het heelal en over de innerlijke overvloed: “We zijn groot genoeg om het heelal daarbuiten te omvatten in onze geest”.

 

Mysteries blijven bestaan

“Het mooiste wat we kunnen ervaren is het mysterieuze. Dat is de bron van alle ware kunst en wetenschap...” zei Einstein. Wat heeft de oerknal veroorzaakt? Deze en andere onopgeloste vragen behandelt hij in het voorlaatste hoofdstuk.

 

De baby, zij...

Dit is voor mij het allereerste werk waarin “de mens” een meisje is. “Aan pasgeboren baby’s...zoals de gedachten die haar blik richten, haar greep en al snel ook haar spraak.” Er is sprake van “de heldin en haar ervaringen”, “Ze weet dat materie opgebouwd is uit een klein aantal verschillende bouwstenen”. Dat is zo revolutionair te noemen dat ik eraan heb moeten wennen!

 

Nawoord

Nu vat hij samen wat hij in de voorgaande 10 hoofdstukken uiteen zette.

Er volgt een dankwoord en een appendix, waarin hij informatie opneemt die een aanvulling vormt op de hoofdtekst. Hij heeft het o.a. over massa, lading, quarks en gluonen, wat m.i. eerder stof is voor “gevorderden”.

 Een index vergemakkelijkt het opzoeken.

 

Met plezier

Ik kan de lectuur aanbevelen aan iedereen die net een ietsje meer moeite wil doen om geconcentreerd te lezen wat de wereld is en hoe die werkt.  Wilczek schrijft bedachtzaam maar met bijna tastbaar plezier over zijn onderwerp: de fundamentele feiten van de fysische realiteit. Hij legt ons de basis uit van de complexe hedendaagse wetenschap, zonder te vervallen in een droge opsomming. Hij neemt ons mee naar het wondere land van de moderne fysica en toont de invloed daarvan aan op zijn gedachtewereld, dat alles in een meeslepende stijl en met brokken humor.

 

Frank Wilczek heeft de Nobelprijs voor natuurkunde gekregen in 2004. Behalve hoogleraar en hoofdwetenschapper van het Wilczek Quantum Center in Shangai, schrijft hij ook een column in The Wall Street Journal

 

Recentie Boek - Het Kunstuur

Kunstuur.jpg

 

HET KUNSTUUR

 

Boek en tentoonstelling, derde editie

Initiatiefnemers: Joost en Hans Bourlon

Muziek: Dirk Brossé

Locatie: Heilige Geestkapel, Mechelen, tegenover de Sint-Romboutskathedraal

Van 15 oktober 2021 tot april 2022

 

Boek/Folder: drukkerij Graphius

non-fictie: schilderkunst

 

recensente: Gerda Sterk, lid van VJV, SKEPP, Humanistisch Verbond

 

De tentoonstelling

De derde editie hanteert dezelfde tactiek als de twee vorige en waarom niet?! Het was en is een succesformule. Deze unieke tentoonstelling heeft plaats in de Heilige Geestkapel en het aanpalende Heilige Geesthuis in Mechelen. De kapel dateert van het einde van de dertiende eeuw en is sinds 1938 beschermd als monument.

In de wachtruimte krijgen we luisterapparatuur. Een medewerkster geeft algemene richtlijnen, terwijl de klok begint af te tellen. Stipt op het gereserveerde uur gaat een deur open. Er staan vouwstoelen die we mogen meenemen. In drie opeenvolgende ruimtes staat de toeschouwer tamelijk dicht bij een tiental kunstwerken. Een bekende Vlaming verschijnt in een lichtbeeld en geeft een soms vrij persoonlijke uitleg bij één van de werken. De projectie verdwijnt, het licht op het schilderij versterkt een tint en we luisteren naar meer details over wat we zien op dit werk en op de andere.  In de kapel vertelt acteur Jan Decleir de levensverhalen van de kunstenaars.

Het geheel duurt exact een uur, je krijgt dus niet de tijd om het beu te worden!

 

Kunstenaars

In deze editie zien we naast Vlaamse en Brusselse kunstenaars ook schilders uit Wallonië, zo leggen de gebroeders Bourlon in de eerste ruimte aan ons uit. Ze kozen ook voor minder bekende namen, die niet vergeten mogen worden.

De werken komen uit de periode 1850-1950, een periode die rijk was aan diverse stromingen. Op de website lees ik dat méér dan de helft van de vertoonde werken uit privébezit komt en nog maar zelden aan het publiek getoond is of zal getoond worden. De andere werken zijn in bruikleen van musea.

 

Diefstal

Er hangt zelfs een gestolen schilderij aan de muur: “Olympia” van René Magritte! Volledig in stijl is het een ex-undercover agent die het verhaal doet van de diefstal in 2009 en de recuperatie van het kostbare werk in 2011.  Eén van de verdachten is een beruchte IS-terrorist. Ik verklap niet wie...

 

Kunstkenners

Moet je een kunstkenner zijn om te genieten van de voorstelling? Zeker niet, ook de gebroeders Bourlon bekennen dat ze dat niet zijn. Wat telt is dat je kan genieten van het kijken naar een schilderij, dat je benieuwd bent naar de ontstaansgeschiedenis of naar details die je zelf niet zou opmerken. Als aan die voorwaarden voldaan is, dan garandeer ik dat je van het Kunstuur zal genieten, want ook de muziek van Dirk Brossé trekt je mee het schilderij in.

 

Corona-proof

Je moet geen covid-safe-pass laten zien, maar je moet het mondkapje ophouden. Er zijn nooit meer dan 8 personen in een ruimte. Je raakt niets aan: deuren en gordijnen gaan op het juiste moment open en toe. Stoelen en audio worden ontsmet na elk gebruik. Er wordt gevraagd niet vroeger binnen te komen dan 20 minuten vóór je reservatie (maar ook niet veel later). Voor één persoon is er meestal nog plaats, al het andere bezoek reserveer je best via de website.

 

Boek, posters, tas

Het boek wordt “een folder” genoemd. Er staat o.a. reclame in voor de instanties die meewerkten en een blad gewijd aan Sjarabang. Het bevat mooie afbeeldingen van elk schilderij met daarbij de tekst die een BV insprak of de commentatrice. Er worden ter plaatse ook posters en postkaarten verkocht en een mooie tas, wat je allemaal eventueel ook via de website kan bestellen.

 

Recentie Boek - De kleine Wandelgids

image.jpg

 

De kleine WANDELGIDS

25 BIJZONDERE ROUTES IN VLAANDEREN

 

auteur: Lus De Ridder

Instagramaccount: @staycation.belgium

non fictie: wandelingen

paperback

uitgeverij: LUSTER

recensente: Gerda Sterk, lid van HV, VJV, SKEPP

XXXX

 

Nog méér wandelingen?!

Het ziet ernaar uit dat corona ons nog lang in eigen land zal proberen te houden en deze gids toont aan dat er nog wat te zien is. In het volgebouwde Vlaanderen zijn dan wel geen bergen te beklimmen, maar er is nog ongerepte natuur. Lus zocht namelijk naar routes buiten parken en villawijken en geeft het advies om met goed schoeisel aan de voet te vertrekken. Ze waarschuwt dat de paden veelal niet verhard zijn, modderig kunnen worden en dat kinderwagens en rolstoelen zelden mee kunnen. Daarvoor zijn andere gidsen dan weer beter. 

 

5 provincies

In elk van de 5 Vlaamse provincies heeft ze telkens 5 lusvormige routes gevonden, van 3 tot 16 km lang. Elke wandeling is ter plaatse goed bewegwijzerd, soms met symbolen of bordjes en soms met wandelknooppunten. Behalve een kaartje,  het begin van de wandeling, het aantal kilometers en het soort bewegwijzering krijg je niet veel uitleg. Zoek dus niet naar “aan huis nr 21 draai je rechtsaf” en andere details. Onder GOED OM WETEN staat hoeveel % van de weg verhard is, welk soort landschap je mag verwachten (bv. “licht glooiend”) en of honden toegelaten zijn, met dien verstande dat ze altijd aan de leiband moeten. Soms raadt Lus eet-en drinkgelegenheden aan en een enkele keer ook een logeeradres. 

Op ongeveer drie bladzijden legt ze uitleg wat deze route de moeite waard maakt. Beelden spreken duidelijker dan woorden en dus illustreren een zevental foto’s per wandeling wat je mag verwachten. 

 

Bruikbaar?

Heel zeker, al was het maar omdat het boekje zo licht is  (183 gram) dat het in een jaszak past of in een handtas. Af en toe geeft Lus aan dat het beginpunt met het openbaar vervoer bereikt kan worden, maar dat is eerder een zeldzaamheid. Als er in de omgeving nog interessante wandelingen zijn, zal ze die ook aangeven. 

 

Recensie Boek - WHAT THE H#CK

b_800_600_0_00_images_artikelfotos_november2021_image.png

 

WHAT THE H#CK communicatie

Chatten lukt maar hoe voer ik een echt gesprek?

 

Auteur: Wim De Wel

Illustraties: Griet Blockx

Druk: Pumbo.nl

non fictie

recensente: Gerda Sterk

XXX

 

Communiceren is moeilijk

In zijn inleiding bespreekt De Wel waarom hij de noodzaak voelde om een boek over communicatie te schrijven. De mens is in staat om complexe problemen met andere mensen te bespreken, maar als het gaat om (eigen) gevoelens uit te drukken, voelen we ons dikwijls machteloos en dus niet begrepen. De auteur heeft een aantal tips verzameld die je kunnen helpen bij het aanleren van methodes om tot een goede communicatie te komen. Hij is overtuigd dat de toepassing ervan een positieve invloed op je privé- en beroepsleven zal hebben.

 

Gezond verstand

Veel tips hebben te maken met “gezond verstand”, maar inderdaad, we gebruiken het niet als we in een (huiselijke) discussie “nooit” of “altijd” gebruiken. Zijn tip is: hou de discussie open, dwing niemand in de verdediging.

Ga er niet van uit dat jij een gemiddeld persoon bent en dat jouw normen normaal zijn. Een mening ontwikkelen houdt in dat je verschillende standpunten hebt bekeken. Zeg liever dat je niet genoeg weet van het onderwerp,  dan te spreken als je niets te zeggen hebt.

 

Humor

In zijn hoofdstuk over communicatie door bedrijven geeft hij de volgende tip: “Wantrouw iedereen en elke organisatie die beweert de waarheid te verkondigen. Behalve de schrijver van dit boek natuurlijk.”

Op p.93 waarschuwt hij voor het gevoel voor humor, wat hij voorstelt als een talent waarmee je geboren wordt en dat dus niet iedereen heeft. Ikzelf zou het anders benaderen: niet iedereen heeft hetzelfde gevoel voor humor. Hoe dan ook, je moet geen humor in een belangrijk gesprek (sollicitatie bv.) gebruiken voor je de andere persoon kent, omdat het moeilijkheden kan creëren i.p.v. ze op te lossen.

 

Solliciteren job/lief

Je moet op dezelfde golflengte zitten als je partner en daarbij telt bv. ook kleding. Hij put uit de voorraad eigen ervaringen om te illustreren dat je “nooit een tweede kans krijgt om een eerste indruk te maken”.

Zoals alle schijnbaar onbelangrijke uiterlijkheden heeft de manier waarop je iemand een hand geeft ook belang. En let op: handgebaren zijn cultureel bepaald. De nadruk ligt in dit hoofdstuk op solliciteren voor een job en niet zozeer op het vinden van een geschikte partner, al verwijst hij op de achterflap duidelijk naar “jongvolwassenen, tieners, pubers” en vindt hij zelf dat zijn boek vooral voor hen zeer geschikt is.

In hoofdstuk 5 komt hij nog eens terug op het belang van het gesprek zelf bij sollicitatie.

 

Persoonlijkheidstypes

Tot aan dit hoofdstuk volgde ik de auteur nog, maar als hij uitgebreid  persoonlijkheidstypes voorstelt, haak ik af. Hij zou zelf veel gehad hebben aan de indeling van Hippocrates (ca. 460 BCE!) in aarde, water, lucht en vuur types, want die houden verband met een bepaald karaktertype. Zo zou een cholericus opvliegend zijn, maar ook goed leidinggevend. Al schrijft hij in een disclaimer dat het geen exacte wetenschap is, toch gaat hij 13 blz. lang verder over types en zelfs over gelaatstypes.

Ik volg nu de raad van de auteur op (vorm je eigen mening op basis van alle beschikbare informatie) en ben gaan kijken op de website van SKEPP. Daarin vind ik dat betrouwen op frenologie en/of fysiognomie tegenwoordig als een pseudowetenschap beschouwd wordt. Zo gingen criminologen lang uit van de preconceptie dat een typische schurk brede kaken heeft, diepliggende ogen en doorlopende wenkbrauwen, maar eigentijds onderzoek is duidelijk: je kan uit de vorm van schedel of gelaat niet de karaktereigenschappen van iemand afleiden. In Steinerscholen bv. wordt daaraan nochtans tot op heden geloof gehecht en dus ook door De Wel.

 

Besluit

Je vindt best goede tips in dit boekje, maar ik zou niet zo ver gaan als de tekst op de kaft: “Lees dit boek en je leven zal nooit meer hetzelfde zijn”. Hij benadrukt bv. het belang van luisteren, van zo weinig mogelijk onderbreken en open vragen stellen. Het met elkaar oneens zijn is volledig toegelaten, spreek zelf niet langer dan een lucifer brandt. Deze en andere tips worden met voorbeelden uitgelegd en staan opgesomd op de laatste bladzijden.

De auteur vraagt de lezers om te reageren op de blog van zijn website.