Recensies

Viraal Waarom dingen zich verspreiden en waarom ze stoppen -Auteur: Adam Kucharski

Viraal.jpg

 

Viraal

Waarom dingen zich verspreiden - en waarom ze stoppen

Auteur: Adam Kucharski

non-fictie

Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam

ISBN: 9789057125553

recensente: Gerda Sterk

 

Wiskunde vs pandemie

Het boek toont aan hoe wiskunde ons helpt bij de aanpak van allerlei uitbraken waaronder ziektes (zika, malaria,ebola, GBS, griep, covid-19, ...) maar ook nepnieuws, geweld, computervirussen, financiële crisissen, trollen, het viraal gaan en verkeerd interpreteren van tweets, internetmemes, de bitcoin, de tulpengekte, …

We zijn meer dan ooit met elkaar verbonden, waardoor alle soorten pandemieën zich razendsnel kunnen ontwikkelen en verspreiden. Om tijdig in te grijpen is veel onderzoek nodig en – dus – wiskunde.

Verwacht geen gemakkelijke lectuur! Er is iemand aan het woord voor wie de samenhang tussen wiskunde en het begrijpen van superverspreiders tot het dagelijkse werk behoort.

Gelukkig voor de leek illustreert hij de ideeën met gebeurtenissen uit zijn eigen leven en dat van anderen. Om bijvoorbeeld uit te leggen hoe “assortatieve” en “dissortatieve” netwerken invloed hadden op het bankensysteem van 2008, haalt hij Lehman Brothers aan (p.87 e.v.). Hoe Ross er via wiskundige modellen en labo-onderzoek achter kwam dat muggen malaria verspreiden, is nog zo’n voorbeeld. 

 

Het meten van vriendschap

In dit hoofdstuk waden we door een doolhof van anekdotes te beginnen met het ontstaan van pinguïndiagrammen, via de Feynman-diagrammen (zelfs Oppenheimer komt eraan te pas), het effect van mensen als Landau en het reproduktiegetal R om bij de HIV-uitbraak 1989 in het VK te belanden. Het onderzoek naar de verspreiding van HIV leidde naar het achterhalen van het soort interacties dat griep verspreidt en aansluitend hoe informatie over gedrag ons helpt te voorspellen hoe een epidemie zich verspreidt. Ik pik er één voorbeeld uit: “Een van de bekendste voorbeelden van sociale besmetting is gapen...”(p.104) Kucharski legt dan uit wat onderzoek daarover leerde.

Nog altijd in hetzelfde hoofdstuk leidt hij ons naar het verband van verspreiding en het gedrag van dieren in gevangenschap, vervolgens naar experimenten met menselijk gedrag en hoe dat epidemiologen kennis verschaft. Onderzoekers gebruikten roken en longkanker, obesitas en bv het verbod op het homohuwelijk in Californië in 2008 om na te gaan hoe ons gedrag aanleiding tot sociale verspreiding kan geven. Kucharski toont aan dat om tot betrouwbare resultaten te komen, onderzoek verre van eenvoudig is, maar dat een voorbereide regering/bevolking veel beter het hoofd kan bieden aan gelijk welke  pandemie.

Ik heb met in méér detail bespreken van één hoofdstuk willen aantonen hoe de auteur zijn ideeën vorm geeft. Zo zijn er acht, allemaal een beetje “rommelig”, maar écht geïnteresseerde mensen  zullen de schat aan informatie graag tot zich nemen!

 

Viraal en covid-19

De eerste editie van het boek in 2020 viel samen met een toename aan  corona besmettingen in Wuhan, Net daarvoor had hij dit boek voor een breed publiek geschreven. Het doel: “voorbij simplistische verklaringen te kijken en bloot te leggen wat er daadwerkelijk achter de uitbraakpatronen ligt die we observeren.” (p.14)

Natuurlijk kon het op geen betere tijd en met geen betere titel verschijnen dan vandaag  en haast is misschien ook de reden dat het stroef vertaald is. Zo zou ik in de subtitel het woord “dingen” vervangen door “iets”en “ ik heb het geluk gehad … mensen gehad te hebben” zou ik anders formuleren. Er zijn tal van fouten blijven staan: parastieten (p. 24), de Goudlokje (p.248), verhalen zijn aangeslagen(p.250), … om er maar een paar te noemen.

Grafieken illustreren de tekst. Hij sluit af met noten, aanbevolen lectuur per hoofdstuk en een index.

 

Wie is Adam Kucharski?

Hij is geboren in 1986. Hij is als wiskundige en epidemioloog verbonden aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine. Hij signaleerde in The Lancet in februari 2020 al het belang van super-verspreidingsevenementen i.v.m. de verspreiding van sars-Cov-2 en het opsporen van dichte contacten. Ergens schreef hij droogweg: “If you’ve seen one pandemic, you’ve seen… one pandemic.”  “Als ge één pandemie gezien hebt… dan hebt ge één pandemie gezien”. In andere woorden: ze verlopen allemaal op een andere manier. 

 

Uit een interview in De Standaard van 16 januari 2021

 ‘De vraag is of je ook een nieuwe golf kunt krijgen in landen waar al veel gevaccineerd is.’

De ‘Britse’ variant van sars-CoV-2 is volgens Kucharski een nieuw gevaar in deze pandemie. Hij is ontzettend bezorgd. ‘De evidentie die we nu hebben, toont dat deze variant 40 tot 50 procent besmettelijker is dan de bestaande varianten.’ Dat klinkt minder erg als ‘50 procent dodelijker’. Maar toch is het vele malen erger, laat hij met een eenvoudige berekening zien. Want een besmettelijkere variant is veel moeilijker in te dijken, waardoor véél meer mensen besmet raken, en er uiteindelijk een veelvoud aan doden valt.

 

Werkzaamheid en resultaten

We moeten ons niet afvragen of iets werkt of niet. De vraag is: loont de moeite die je erin steekt? Het opsporen van contacten wordt moeilijker als je veel gevallen hebt. Het zal nog altijd het aantal besmettingen verminderen, maar misschien te weinig gegeven de moeite die het kost. Dan is het beter om die middelen te stoppen in het sneller testen van mensen, of diegenen testen die moeten blijven werken, denk aan de zorg, de winkels of het openbaar vervoer. Maar zelfs als contactopsporing de opflakkering niet stopt, kan het ons wel nuttige informatie verstrekken over interacties die de uitbraak bevorderen.

 

0
0
0
s2smodern

De Grand Tour in Italië - Onderweg in het mooiste land van Europa

Italie.jpg

 

auteur: Luc Verhuyck

non-fictie, reizen, Italië

Uitgevers,  Pelckmans , Antwerpen-Kalmthout 2021, 396 blz, € 24,50.

ISBN 978 94 6310 419 7

 Waardeoordeel: aanbevolen 8.5/10

recensente: Gerda Sterk

 

Dromen van betere tijden

Luc Verhuyck, de auteur van dit boek, heeft een onderwijsloopbaan achter de rug als leraar Nederlands en Duits, niet meteen de vakken die je zou verwachten van iemand die meer dan twintig jaar – 23 om precies te zijn - de Italiëreis organiseerde in de school waar hij lesgaf. Je verwacht dat veeleer van een historicus of een classicus. De ervaring die hij daarbij opdeed, resulteerde eerder al in anekdotische reisgidsen over Rome, Firenze, Venetië en Napels, in een echte toeristengids over Rome en in het boekenweekgeschenk 2016 voor de Week van de Klassieken. Dit is dus zijn zevende boek over Italië.

 

De afronding van je schooltijd

Veel scholen bieden hun leerlingen de kans om tijdens hun laatste jaar (in sommige gevallen ook al vroeger) deel te nemen aan een Italiëreis, vaak de Romereis genoemd. Die reis betekent de voltooiing en vervolmaking van hun opleiding en is rechtstreeks schatplichtig aan de Grand Tour, dit is de gewoonte die in de 18 e -19 e eeuw in aristocratische en adellijke kringen in Engeland ontstond. Rijkeluiszoontjes (en later ook dochters) van die meestal Franssprekende families werden naar Italië gestuurd om er kennis te maken met de bakermat van onze beschaving en de schatten van de renaissance. Ze noemden dat een Grand Tour, maar omdat het gebruik zich eerst verder over Groot-Brittannië en van daaruit over andere West-Europese landen verspreidde, spreekt men het Franse begrip op zijn Engels uit.

 

Moeilijke keuzes

Vanzelfsprekend krijgen de hierboven genoemde grote Italiaanse cultuursteden, die bijna altijd deel uitmaken van een dergelijke Grand Tour, ruim aandacht, maar daarna moest de auteur soms moeilijke keuzes maken. Om het boek behapbaar en overzichtelijk te houden heeft hij zich noodgedwongen moeten beperken tot de locaties die de meeste scholen aandoen en konden andere - op zich best interessante en aantrekkelijke plaatsen - tot zijn spijt niet aan bod komen.

“Onderweg in het mooiste land van Europa”, zo luidt de ondertitel van dit boek. Het kan als reisgids worden gebruikt, maar het is ook gewoon een prettig leesboek om thuis bij weg te dromen.

Wie overweegt om naar Italië op reis te gaan, wie zich daarop  wil voorbereiden, wie zijn Italiëreis wil herbeleven, die heeft met De Grand Tour in Italië het juiste boek in handen en wie de Romereis destijds gemist zou hebben, krijgt met deze uitgave de mogelijkheid om dat gemis alsnog goed te maken.

Sobere zwart-wit foto’s geven een idee van wat er te zien is. De steden staan alfabetisch gerangschikt en vanzelfsprekend krijgt Rome de meeste bladzijden toebedeeld. Als het niet bij dromen zou blijven en dit boek als reisgids gebruikt zou worden, dan is het handig dat bovenaan op elke rechter bladzijde, de naam van de stad vermeld staat. Bovendien is de uitgebreide inhoudstafel alfabetisch gerangschikt, zodat er snel iets opgezocht kan worden. 

Een selectief register geeft de namen van historisch belangrijke personen, kunstwerken en begrippen.

 

 

 

0
0
0
s2smodern

Recensie boek - Lente in de kerk - Auteur: René van Loon

Lente_id_kerk.jpg

 

Lente in de kerk

 

Auteur: René van Loon

non-fictie: religie, protestantisme, seculariseringstrend,

recensente: Gerda Sterk

2020, KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht

ISBN 978 90 435 33706

 

Lof aan God

Tot hiertoe las ik vooral boeken die ervan uitgingen dat geen enkel bovennatuurlijk wezen de aarde geschapen heeft en evenmin met argusogen zijn schepping in het oog houdt. Dit boek is wel even anders.  Al in zijn inleiding stroomt Van Loon over van dankbaarheid en enthousiasme tegenover alle mensen die hij ontmoette (ze waren allemaal fantastisch), hij heeft de beste vrouw getroffen die iemand zich kan wensen, en bovenal heeft hij de steun van de juiste God: “En vooral: lof aan God, die ons alle reden geeft om op Hem te vertrouwen en vol verwachting de toekomst tegemoet te leven.” (p.11)

Dan komt de reden waarom hij dit boek schreef. Hij wil een hart onder de riem steken van alle gelovigen – protestants, christelijk of katholiek – die denken dat het gedaan is met de godsdiensten en dat alle gebedshuizen in boekenwinkels of festivalruimtes zullen veranderd worden. Integendeel! Hij is in Nederland en de UK. religieuze bijeenkomsten gaan bijwonen en hij is danig onder de indruk van de vitaliteit, het elan en ook nog van de hartelijkheid die hij mocht ondervinden.

Lof aan Loon

Deel 1 is zijn biografie. We mogen kennismaken met al de mensen die hij tegenkwam en die hem beïnvloedden. Hij eindigt dit overzicht met de grootste invloed: “Want God is veel groter dan we denken. Als Hij aan het werk gaat, is niets onmogelijk” (p.33)

Lof aan de religieuze gemeenschappen

Van Loon wijdde in 2019 een studieverlof aan het bezoeken van verschillende kerkelijke gemeenschappen in Nederland en Groot-Brittannië om daar de vraag te stellen: is er sprake van lente in de kerk? Een groot deel van het boek is dus gewijd aan het verslag van die bezoeken, opgesmukt met allerlei details: hoe ze zijn jas aanpakken, dat er koffie geschonken wordt, welke liederen er gezongen worden, welke dag van de week het is, hoe en hoeveel stoelen er staan …

 Als het niet de Geest is, dan is het de geur van koffie en soep die door deze gemeenschappen waart. Onbedoeld  maakt hij dus duidelijk dat de menselijke diersoort nood heeft aan opname in en ondersteuning door een groep. Vandaar dat dus met name de migrantenkerken in Nederland bloeien.  Hij ontmoet enkel enthousiaste mensen die hem hartelijk ontvangen en maakt kennis met frisse initiatieven. Hij besluit dat er hoop is, nieuwsgierigheid en interesse, ja, er is sprake van “lente in de kerk”.

Besluit

Dit boek is enkel interessant voor medestanders. Mogelijk is het de voorbereiding van een evenement geweest in september 2020, al vind ik dat enkel terug op internet en niet in het boek.

Het gaat niet over pijnpunten zoals bv. de houding van de kerkelijke gemeenschappen tegenover homoseksualiteit, euthanasie, geboorteregeling… Het is van begin tot einde in grote overgave aan zijn God en zijn Kerk geschreven, zonder enige kritiek.

Hij eindigt met raadgevingen om de lente in de kerk nog meer ruimte te geven. Eén ervan is: liturgietransitie. Achter dit mooie woord gaat o.a. schuil dat er muziek moet gebruikt worden die ook de jongeren aanspreekt. In het Verenigd Koninkrijk leidde dat met succes tot het vervangen van het orgel door een band!

 Op de laatste bladzijden suggereert hij gespreksvragen per hoofdstuk.

 

René van Loon (1966) is predikant binnen de Protestantse Kerk. Hij werkt in Rotterdam. Schrijven is voor René een passie. Niet alleen schrijft hij elke week een preek, die gepubliceerd wordt op de website van de kerk www.samaritaan.org, hij schrijft ook boeken en columns in het blad IDEA. Wat hij vooral mooi vindt, is het doorgeven van verhalen, uit de Bijbel en ook uit het dagelijks leven. Zowel in zijn preken als in zijn boeken zijn heel wat verhalen te vinden.

 

0
0
0
s2smodern

Recensie boek - Vuur - Ignaas Devisch

b_800_600_0_00_images_artikelfotos_april2021_Vuur.jpg

 

VUUR

Een vergeten vraagstuk

 Ignaas Devisch

 filosofie, global warming, heliocentrisme, samenleving

De Bezige Bij

 recensente: Gerda Sterk

 

Wat is er speciaal aan vuur?!

Misschien dacht u – net als ik – waarom zou een filosoof een boek wijden aan zo’n alledaags verschijnsel als vuur?! Al lezend overtuigde Devisch mij van een samenhang die ik zonder hem nooit zou gezien hebben. De beheersing van het vuur is de grondslag van onze vrijheid? Zonder vuur is er geen cultuur? De mens is een kokende aap? Niet “money”, maar vuur “makes the world go around” (p.27)?!

Maar inderdaad, zo legt hij uit in het eerste hoofdstuk (het mythologisch narratief), al van oudsher was de mens gefascineerd door vuur. Het leek zó vreemd en machtig dat het goddelijk moest zijn. Prometheus gaf het geheim stiekem aan de mensen. Voor Gilgamesj is het een destructieve kracht. In de Edda ontstaat het leven door het samengaan van vuur en ijs. In het zoroastrisme is vuur het symbool voor waarheid, kennis en zuivering.

Overal ter wereld waren/zijn er mythen en rituelen die samenhangen met vuur, zoals in Indië waar er elk jaar met brandende takken gesmeten wordt ter ere van Agni Keli.

Vuur boezemt angst in en wordt bovendien gebruikt om angst aan te jagen. Zo zitten we snel bij de monotheïstische godsdiensten: het vuur is niet meer van alle goden, het is van dé God en wie dat niet erkent “kan rekenen op verbranding in een allesverzengend vuur” (p.38). God verschijnt in het O.T. regelmatig als vuur, Hij houdt ervan te Zijner ere iets levends te zien verbranden op offertafels en gebiedt Abraham zelfs zijn zoon Isaak als brandoffer te gebruiken. 

In het christendom en in de islam wint de doctrine van de duivel en een helse vuurzee steeds meer macht. Bosch beeldde dat eeuwige verbrand worden angstaanjagend uit op het rechter paneel van “De Tuin der Lusten”. (zie deze en een paar andere afbeeldingen in het midden van het boek)

 

De mens temt het vuur

Oude filosofen dachten na over het vuur, want het is tenslotte één van de vier natuurelementen. Herakleitos brak er het hoofd over, Aristoteles ook en natuurlijk Plato met zijn beroemde Allegorie van de Grot.

“Vuur is in de moderne samenleving een technische kwestie geworden en niet langer een object van beschouwing” (p.70) Het heeft “te maken met de verdwijning van God als centraal referentiepunt” (p.72). Devisch spreekt meermaals over het verband tussen de beheersing van het vuur en vrijheid. Da Vinci ziet een verband tussen vuur, zon en de waarheid.

Sinds de uitvinding van het buskruit, het gebruik van  dynamiet, de exploitatie van olie, kolen en hout gaat het via verlossing naar verlichting en dan in snelle lijn naar verspilling, global warming, luchtvervuiling, vernietiging van de natuur rond ons en uiteindelijk van onszelf.

Sinds de jaren 70 is duidelijk dat de “braspartij” niet kan blijven duren.

 

De keerzijde van de vooruitgang

Deel III is gewijd aan de desastreuze gevolgen van de verspilling. “Mijn auto mijn vrijheid” is voor iemand die dagelijks in de file staat, een holle leuze geworden. We hebben God uit ons leven gebannen, de poort open gezet naar de vrijheid, maar ook een zware verantwoordelijkheid op de eigen schouders geladen. De verbrandingsmotor gaf ons een nooit gekend comfort, maar de grondstoffen zijn eindig gebleken. Terwijl we de aarde aanpassen aan ons comfort, putten we ze uit en “daar waar geld en macht worden verdeeld” lijkt het nog niet doorgedrongen dat we “de wereld naar de knoppen helpen”.

 

Het helioceen

Devisch stelt een oplossing voor: in plaats van fossiele grondstoffen te verbranden of oplossingen te zoeken voor het afval van kernenergie, kijken we beter omhoog: daar schijnt de zon! De zon is de oorsprong en de bron van alle leven en biedt ons een schier eindeloze energievoorraad. De technici moeten praten met filosofen, met beleidsmakers, met economen en ecologen en met iedereen die zoekt naar de beheersing van het vuur in ons voordeel, maar met grote aandacht voor de mogelijke nadelen. Laat ons na het “antropoceen”, toetreden tot het helioceen!

 

Besluit

De auteur zei in een interview met radio1 dat hij het boek schreef om de scheppende en de vernietigende kracht van het vuur en zijn plaats in de geschiedenis te schetsen. Het is tegelijk een uitnodiging om na te denken over het vuur en bij uitbreiding van de energie in de wereld.

Hij verwijst regelmatig naar wetenschappers, maar vooral naar filosofen. Maarten Boudry wordt een paar keer geciteerd, al gaat Devisch niet met alles uit het boek “Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat” akkoord. Zo bijvoorbeeld vinden we in de (uitgebreide) Noten op p.248 waarom hij het niet eens is met een bepaald idee.

Een lange Bronnenlijst laat zien dat hij de raad van Theo de Wit niet in de wind sloeg: “ … dat filosofie begint met de nauwgezette lectuur van wat anderen hebben overdacht...”

Dit zou best een profetisch boek kunnen zijn. Ik raad de lectuur ten zeerste aan. Wees gerust: Ignaas Devisch legt het véél beter uit dan ik! Zijn onderwerp is gewichtig, maar de stijl niet. Hij hanteert humor, last af en toe een anekdote in, is actueel (ja, ook covid-19 komt op de proppen), geeft regelmatig de kerkelijke leer een veeg uit de pan en vooral: hij doet ons nadenken.  Soberder leven zal niet genoeg zijn. We hebben een ommekeer nodig!

 

Ignaas Devisch (Brugge,15 augustus 1970) is een Belgisch professor in de filosofie, medische filosofie en ethiek. Hij werkt als filosoof aan de Universiteit Gent en de Gentse Arteveldehogeschool. Hij was 5 jaar gastonderzoeker aan de Radboud Universiteit van Nijmegen. Zijn onderzoek gaat vooral uit naar vraagstukken over autonomie en verantwoordelijkheid in de gezondheidszorg.

Devisch is ondervoorzitter van De Maakbare Mens, een Belgische vrijzinnige non-profitorganisatie die werkt rond bio-ethiek.

Hij publiceert zowel voor een gespecialiseerd als een breed publiek. Eind 2013 verscheen: Ziek van gezondheid.  In maart 2016 verscheen: Rusteloosheid. In oktober 2017 verscheen: Het empathisch teveel.

Bron: Wikipedia

 

0
0
0
s2smodern

Recensie boek - In Gods Naam

Gods_naam.jpg

 

IN GODS NAAM

Een geschiedenis van religieuze intolerantie

auteur: Selina O’Grady

uitgeverij Omniboek

ISBN 9789401916837

recensente: Gerda Sterk, lid van HV, SKEPP, VJV

persoonlijke beoordeling: 5/5

 

De tijdlijn start in 303-305 n. Chr met de vervolging van de christenen onder de Romeinse keizer Diocletianus en eindigt 6 bladzijden later in 1990 met: “de Caïro-verklaring van de Mensenrechten in de Islam wordt aangenomen door de OIS en erkend door de Verenigde Naties”.

Daarna vertelt O’Grady bijna 400 bladzijden lang over de (in)tolerantie die joods-christelijken en islamieten leidden tot soms huiveringwekkende gruweldaden die ze dachten te  moeten plegen in Gods naam. Haar relaas dat zich uitstrekt over 1700 jaar, helpt om de huidige verstandhouding tussen het Westen en de Islam te begrijpen en in die zin komt het geen dag te laat.

TOLEREREN IS BELEDIGEN (Goethe)

De inleiding is belangrijk: “twijfel zaaien … samen leven … terroristische aanslagen ...En die twijfel is, ten diepste, de reden voor dit boek” Ze legt uit wat er zo verkeerd is aan tolerantie omdat die inhoudt dat degene die tolereert zich beter voelt dan de ander, terwijl de getolereerde zijn inferioriteit moet aanvaarden, dikwijls gewoon om niet gedood te worden. Wat me trof was dat ze aantoont dat de islam er qua geweld beter uitkomt dan de christenen, die door de eeuwen heen vooral de joden met veel geestdrift vervolgd hebben.

GODSDIENST IS MACHT

Godsdienst kon en kan gebruikt worden als bindmiddel om volgelingen het nodige groepsgevoel te geven waarmee de generaal aan de slag kan om gebieden te veroveren. Dat had Mohammed in 610 begrepen, maar Constantijn al eerder in 312 ook! De pausen waren evenmin vies van wereldlijke macht. Urbanus II roept in 1095 op tot de eerste kruistocht met allerlei beloften van eeuwige zaligheid en gehoorzamen aan Gods wil. Er volgen genocides in het Rijnland waar de  kruisvaarders Joden doden. Ze veroveren Jeruzalem en richten een bloedbad aan onder moslims en opnieuw onder de Joden. Opeenvolgende pausen weten nog méér volk onder de wapens te krijgen, of het nu gaat om de bevrijding van al-Andaloes, om de heidenen van Noordoost-Europa te vernietigen of de Albigenzen in de pan te hakken. O’Grady toont aan dat de Islam altijd een veroveringsgodsdienst geweest is, niet alleen voor de stichter, Mohammed, maar voor al zijn volgelingen tot op heden.

 

ONDERLINGE RUZIES

Intussen staan zowel in de islam als in het christendom personen op die menen dat de anderen het woord Gods verkeerd begrepen hebben. De sjiieten  staan tegenover de soennieten, de rooms-katholieken tegenover de protestanten, de lutheranen tegenover de calvinisten, enz... De Ottomanen brengen ongeveer 1,5 miljoen Armeense christenen om in 1915 tot 1923. Het Vaticaan tekent een concordaat met Nazi-Duitsland, Ben Goerion roept de onafhankelijke staat Israël uit.

Altijd en overal wordt er geweld gebruikt in de naam van de eigen god en worden martelaren geëerd met bv. 72 maagden. O’Grady laat in het midden of het om (witte) druiven of maagden gaat en om hoeveel stuks, want daarop ligt in dit boek niet de focus.

JODEN KRIJGEN DE SCHULD

Als het mis gaat, is het de schuld van de Joden: zij brachten de pest in de wereld, Dreyfus was een Jood (p,356) en de “Protocollen van de Oudsten van Zion” werd over de hele wereld een bestseller. Iedereen kon lezen wat ze van plan waren (p.377) en niet alleen Hitler, maar talloze anderen gingen onmiddellijk uit van de echtheid van het werk. Christenen en in mindere mate de moslims hebben door de eeuwen heen Joden vervolgd. Het feit dat machtshebbers dikwijls bij Joodse geldschieters veel geld hadden moeten lenen om hun oorlogen te bekostigen, zorgde ervoor dat ze de heersende vooroordelen nieuw leven inbliezen als hen dat goed uitkwam, wat o.a. Hendrik III in 1233 met succes deed (p.169).

BESLUIT

Selina O’Grady neemt de lezer mee door de geschiedenis van de moslims, de christenen en de joden, de 3 religies van hetzelfde soort boek die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ze toont aan dat monotheïsme een uitstekend bindmiddel is en uitermate geschikt om een vijand te creëren voor iemand die erop uit is macht te verwerven.

Iedereen die geïnteresseerd is in de historie van de westerse christenheid en de Euro-nabije Islam zal door dit werk geboeid zijn.

 Het is geen opwekkende lectuur: de wreedheden gepleegd in Gods naam duren voort tot op vandaag.  Het is evenmin een saaie geschiedenisles. Soms is de toon droog en ter zake, soms schetst ze een levendig tafereel: “De grote en pezige sultan, gekleed in een zwarte zijden kaftan, hield hof in het grote, schitterende Topkapipaleis, met uitzicht over de Bosporus waarop honderden schepen kriskras door elkaar voeren. “ (p.237).

Noten per hoofdstuk, een indrukwekkende bibliografie en een register sluiten het boek af.

O’Grady was vele jaren verbonden aan de BBC televisie. Ze schreef al eerder “And man created God”.

 

0
0
0
s2smodern

Het Kunstuur (2)

Kunstuur_1.jpg

 

Heilige Geestkapel & Heilige Geesthuis

2800 Mechelen

 

Hans en Joost Bourlon maakten opnieuw een absolute aanrader: je beleeft kunst op een unieke manier. Ze werden geholpen door een schare kenners, sponsors en medewerkers allerhande. Je denkt er misschien niet aan, maar inbraakbeveiliging en “meubilair” staan vermeld. Een aparte vermelding is voor Dirk Brossé, die de muziek componeerde die je via de audio hoort.

In de mooie entourage van het Heilige Geesthuis worden 33 topwerken van 19 Belgische kunstenaars uit de periode 1850-1950 voorgesteld, waarvan méér dan de helft uit privé verzamelingen. 

Op zich is dat al knap, maar het is vooral de manier waarop de tentoonstelling werd uitgewerkt die lof verdient.

 

CORONA-TIJD

Het is corona-tijd en dat vraagt van de organisatie speciale maatregelen. Je wordt ingedeeld in groepen van maximum zes, je krijgt een vouwstoeltje mee, oortjes en een audio. Alles wordt na elke rondgang ontsmet. Je hoeft geen enkele deur aan te raken, alles gaat automatisch.

Terwijl je naar een inleiding luistert, gaat stipt op tijd de deur open naar de eerste zaal en ben je omringd door een achttal schilderijen.

 

HET HANENGEVECHT

In een hoek van de ruimte verschijnt een bekende of minder bekende Vlaming die uitleg geeft over zijn of haar band met het kunstwerk en waarom het je aandacht verdient. In de eerste zaal mag Bart Somers de spits afbijten met een schilderij van Anna Boch dat “Kaai in Mechelen” voorstelt. Vervolgens is het Elodie Ouédraogo, die uitlegt dat opera zingen veel overeenkomst vertoont met haar topsport: hardlopen. Terwijl ze dit vertelt kijken we naar twee schilderijen van een tenor en een soprano. 

Zo worden we geleid langs voorbeelden uit het naturalisme, realisme, luminisme, impressionisme, fauvisme en surrealisme. De eerste en tweede Latemse groep zijn prominent aanwezig.

In de kapel is het Jo De Meyere die de levensverhalen vertelt terwijl hij je aandacht vestigt op een speciaal belicht schilderij.

Bijzondere aandacht krijgt “Het Hanengevecht” van Emile Claus, dat hier voor het eerst aan publiek getoond wordt.

 

CATALOGUS

“Het Hanengevecht” krijgt ook veel aandacht in de catalogus, die weer de moeite van de aanschaf waard is. Je ziet een afbeelding van het kunstwerk met daarnaast de uitleg.  19 foto’s met de namen, data en plaats van geboorte en dood én een korte typering stellen de kunstenaars voor. De laatste twee bladzijden tonen foto’s van de (on)bekende Vlamingen die hun verhaal aan het inspreken zijn.

 

EEN UUR

Gedurende een soort inleiding zien we de BV’s geprojecteerd in een hoek van de zaal, maar niet te lang zodat je snel de aandacht kan vestigen op het schilderij zelf. De hele rondleiding duurt exact een uur  en doordat je op een stoeltje kan zitten is er evenmin gevaar voor lichamelijke als voor geestelijke vermoeidheid!

Ik heb niets dan lof voor het uur kunst en de manier waarop het is uitgewerkt.

 

Tickets tussen 10 en 14€

On line te bestellen op hetkunstuur.com; gratis annuleren is mogelijk

Er is in maart niet veel plaats meer!

Ook open op maandag.

symbolisme, expressionisme, fauvisme en surrealisme komen aan bod. Het was een periode die veel verschillende kunststromingen telde.

 

0
0
0
s2smodern