Recensies

Recensie boek - Vuur - Ignaas Devisch

b_800_600_0_00_images_artikelfotos_april2021_Vuur.jpg

 

VUUR

Een vergeten vraagstuk

 Ignaas Devisch

 filosofie, global warming, heliocentrisme, samenleving

De Bezige Bij

 recensente: Gerda Sterk

 

Wat is er speciaal aan vuur?!

Misschien dacht u – net als ik – waarom zou een filosoof een boek wijden aan zo’n alledaags verschijnsel als vuur?! Al lezend overtuigde Devisch mij van een samenhang die ik zonder hem nooit zou gezien hebben. De beheersing van het vuur is de grondslag van onze vrijheid? Zonder vuur is er geen cultuur? De mens is een kokende aap? Niet “money”, maar vuur “makes the world go around” (p.27)?!

Maar inderdaad, zo legt hij uit in het eerste hoofdstuk (het mythologisch narratief), al van oudsher was de mens gefascineerd door vuur. Het leek zó vreemd en machtig dat het goddelijk moest zijn. Prometheus gaf het geheim stiekem aan de mensen. Voor Gilgamesj is het een destructieve kracht. In de Edda ontstaat het leven door het samengaan van vuur en ijs. In het zoroastrisme is vuur het symbool voor waarheid, kennis en zuivering.

Overal ter wereld waren/zijn er mythen en rituelen die samenhangen met vuur, zoals in Indië waar er elk jaar met brandende takken gesmeten wordt ter ere van Agni Keli.

Vuur boezemt angst in en wordt bovendien gebruikt om angst aan te jagen. Zo zitten we snel bij de monotheïstische godsdiensten: het vuur is niet meer van alle goden, het is van dé God en wie dat niet erkent “kan rekenen op verbranding in een allesverzengend vuur” (p.38). God verschijnt in het O.T. regelmatig als vuur, Hij houdt ervan te Zijner ere iets levends te zien verbranden op offertafels en gebiedt Abraham zelfs zijn zoon Isaak als brandoffer te gebruiken. 

In het christendom en in de islam wint de doctrine van de duivel en een helse vuurzee steeds meer macht. Bosch beeldde dat eeuwige verbrand worden angstaanjagend uit op het rechter paneel van “De Tuin der Lusten”. (zie deze en een paar andere afbeeldingen in het midden van het boek)

 

De mens temt het vuur

Oude filosofen dachten na over het vuur, want het is tenslotte één van de vier natuurelementen. Herakleitos brak er het hoofd over, Aristoteles ook en natuurlijk Plato met zijn beroemde Allegorie van de Grot.

“Vuur is in de moderne samenleving een technische kwestie geworden en niet langer een object van beschouwing” (p.70) Het heeft “te maken met de verdwijning van God als centraal referentiepunt” (p.72). Devisch spreekt meermaals over het verband tussen de beheersing van het vuur en vrijheid. Da Vinci ziet een verband tussen vuur, zon en de waarheid.

Sinds de uitvinding van het buskruit, het gebruik van  dynamiet, de exploitatie van olie, kolen en hout gaat het via verlossing naar verlichting en dan in snelle lijn naar verspilling, global warming, luchtvervuiling, vernietiging van de natuur rond ons en uiteindelijk van onszelf.

Sinds de jaren 70 is duidelijk dat de “braspartij” niet kan blijven duren.

 

De keerzijde van de vooruitgang

Deel III is gewijd aan de desastreuze gevolgen van de verspilling. “Mijn auto mijn vrijheid” is voor iemand die dagelijks in de file staat, een holle leuze geworden. We hebben God uit ons leven gebannen, de poort open gezet naar de vrijheid, maar ook een zware verantwoordelijkheid op de eigen schouders geladen. De verbrandingsmotor gaf ons een nooit gekend comfort, maar de grondstoffen zijn eindig gebleken. Terwijl we de aarde aanpassen aan ons comfort, putten we ze uit en “daar waar geld en macht worden verdeeld” lijkt het nog niet doorgedrongen dat we “de wereld naar de knoppen helpen”.

 

Het helioceen

Devisch stelt een oplossing voor: in plaats van fossiele grondstoffen te verbranden of oplossingen te zoeken voor het afval van kernenergie, kijken we beter omhoog: daar schijnt de zon! De zon is de oorsprong en de bron van alle leven en biedt ons een schier eindeloze energievoorraad. De technici moeten praten met filosofen, met beleidsmakers, met economen en ecologen en met iedereen die zoekt naar de beheersing van het vuur in ons voordeel, maar met grote aandacht voor de mogelijke nadelen. Laat ons na het “antropoceen”, toetreden tot het helioceen!

 

Besluit

De auteur zei in een interview met radio1 dat hij het boek schreef om de scheppende en de vernietigende kracht van het vuur en zijn plaats in de geschiedenis te schetsen. Het is tegelijk een uitnodiging om na te denken over het vuur en bij uitbreiding van de energie in de wereld.

Hij verwijst regelmatig naar wetenschappers, maar vooral naar filosofen. Maarten Boudry wordt een paar keer geciteerd, al gaat Devisch niet met alles uit het boek “Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat” akkoord. Zo bijvoorbeeld vinden we in de (uitgebreide) Noten op p.248 waarom hij het niet eens is met een bepaald idee.

Een lange Bronnenlijst laat zien dat hij de raad van Theo de Wit niet in de wind sloeg: “ … dat filosofie begint met de nauwgezette lectuur van wat anderen hebben overdacht...”

Dit zou best een profetisch boek kunnen zijn. Ik raad de lectuur ten zeerste aan. Wees gerust: Ignaas Devisch legt het véél beter uit dan ik! Zijn onderwerp is gewichtig, maar de stijl niet. Hij hanteert humor, last af en toe een anekdote in, is actueel (ja, ook covid-19 komt op de proppen), geeft regelmatig de kerkelijke leer een veeg uit de pan en vooral: hij doet ons nadenken.  Soberder leven zal niet genoeg zijn. We hebben een ommekeer nodig!

 

Ignaas Devisch (Brugge,15 augustus 1970) is een Belgisch professor in de filosofie, medische filosofie en ethiek. Hij werkt als filosoof aan de Universiteit Gent en de Gentse Arteveldehogeschool. Hij was 5 jaar gastonderzoeker aan de Radboud Universiteit van Nijmegen. Zijn onderzoek gaat vooral uit naar vraagstukken over autonomie en verantwoordelijkheid in de gezondheidszorg.

Devisch is ondervoorzitter van De Maakbare Mens, een Belgische vrijzinnige non-profitorganisatie die werkt rond bio-ethiek.

Hij publiceert zowel voor een gespecialiseerd als een breed publiek. Eind 2013 verscheen: Ziek van gezondheid.  In maart 2016 verscheen: Rusteloosheid. In oktober 2017 verscheen: Het empathisch teveel.

Bron: Wikipedia

 

0
0
0
s2smodern

Recensie boek - In Gods Naam

Gods_naam.jpg

 

IN GODS NAAM

Een geschiedenis van religieuze intolerantie

auteur: Selina O’Grady

uitgeverij Omniboek

ISBN 9789401916837

recensente: Gerda Sterk, lid van HV, SKEPP, VJV

persoonlijke beoordeling: 5/5

 

De tijdlijn start in 303-305 n. Chr met de vervolging van de christenen onder de Romeinse keizer Diocletianus en eindigt 6 bladzijden later in 1990 met: “de Caïro-verklaring van de Mensenrechten in de Islam wordt aangenomen door de OIS en erkend door de Verenigde Naties”.

Daarna vertelt O’Grady bijna 400 bladzijden lang over de (in)tolerantie die joods-christelijken en islamieten leidden tot soms huiveringwekkende gruweldaden die ze dachten te  moeten plegen in Gods naam. Haar relaas dat zich uitstrekt over 1700 jaar, helpt om de huidige verstandhouding tussen het Westen en de Islam te begrijpen en in die zin komt het geen dag te laat.

TOLEREREN IS BELEDIGEN (Goethe)

De inleiding is belangrijk: “twijfel zaaien … samen leven … terroristische aanslagen ...En die twijfel is, ten diepste, de reden voor dit boek” Ze legt uit wat er zo verkeerd is aan tolerantie omdat die inhoudt dat degene die tolereert zich beter voelt dan de ander, terwijl de getolereerde zijn inferioriteit moet aanvaarden, dikwijls gewoon om niet gedood te worden. Wat me trof was dat ze aantoont dat de islam er qua geweld beter uitkomt dan de christenen, die door de eeuwen heen vooral de joden met veel geestdrift vervolgd hebben.

GODSDIENST IS MACHT

Godsdienst kon en kan gebruikt worden als bindmiddel om volgelingen het nodige groepsgevoel te geven waarmee de generaal aan de slag kan om gebieden te veroveren. Dat had Mohammed in 610 begrepen, maar Constantijn al eerder in 312 ook! De pausen waren evenmin vies van wereldlijke macht. Urbanus II roept in 1095 op tot de eerste kruistocht met allerlei beloften van eeuwige zaligheid en gehoorzamen aan Gods wil. Er volgen genocides in het Rijnland waar de  kruisvaarders Joden doden. Ze veroveren Jeruzalem en richten een bloedbad aan onder moslims en opnieuw onder de Joden. Opeenvolgende pausen weten nog méér volk onder de wapens te krijgen, of het nu gaat om de bevrijding van al-Andaloes, om de heidenen van Noordoost-Europa te vernietigen of de Albigenzen in de pan te hakken. O’Grady toont aan dat de Islam altijd een veroveringsgodsdienst geweest is, niet alleen voor de stichter, Mohammed, maar voor al zijn volgelingen tot op heden.

 

ONDERLINGE RUZIES

Intussen staan zowel in de islam als in het christendom personen op die menen dat de anderen het woord Gods verkeerd begrepen hebben. De sjiieten  staan tegenover de soennieten, de rooms-katholieken tegenover de protestanten, de lutheranen tegenover de calvinisten, enz... De Ottomanen brengen ongeveer 1,5 miljoen Armeense christenen om in 1915 tot 1923. Het Vaticaan tekent een concordaat met Nazi-Duitsland, Ben Goerion roept de onafhankelijke staat Israël uit.

Altijd en overal wordt er geweld gebruikt in de naam van de eigen god en worden martelaren geëerd met bv. 72 maagden. O’Grady laat in het midden of het om (witte) druiven of maagden gaat en om hoeveel stuks, want daarop ligt in dit boek niet de focus.

JODEN KRIJGEN DE SCHULD

Als het mis gaat, is het de schuld van de Joden: zij brachten de pest in de wereld, Dreyfus was een Jood (p,356) en de “Protocollen van de Oudsten van Zion” werd over de hele wereld een bestseller. Iedereen kon lezen wat ze van plan waren (p.377) en niet alleen Hitler, maar talloze anderen gingen onmiddellijk uit van de echtheid van het werk. Christenen en in mindere mate de moslims hebben door de eeuwen heen Joden vervolgd. Het feit dat machtshebbers dikwijls bij Joodse geldschieters veel geld hadden moeten lenen om hun oorlogen te bekostigen, zorgde ervoor dat ze de heersende vooroordelen nieuw leven inbliezen als hen dat goed uitkwam, wat o.a. Hendrik III in 1233 met succes deed (p.169).

BESLUIT

Selina O’Grady neemt de lezer mee door de geschiedenis van de moslims, de christenen en de joden, de 3 religies van hetzelfde soort boek die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ze toont aan dat monotheïsme een uitstekend bindmiddel is en uitermate geschikt om een vijand te creëren voor iemand die erop uit is macht te verwerven.

Iedereen die geïnteresseerd is in de historie van de westerse christenheid en de Euro-nabije Islam zal door dit werk geboeid zijn.

 Het is geen opwekkende lectuur: de wreedheden gepleegd in Gods naam duren voort tot op vandaag.  Het is evenmin een saaie geschiedenisles. Soms is de toon droog en ter zake, soms schetst ze een levendig tafereel: “De grote en pezige sultan, gekleed in een zwarte zijden kaftan, hield hof in het grote, schitterende Topkapipaleis, met uitzicht over de Bosporus waarop honderden schepen kriskras door elkaar voeren. “ (p.237).

Noten per hoofdstuk, een indrukwekkende bibliografie en een register sluiten het boek af.

O’Grady was vele jaren verbonden aan de BBC televisie. Ze schreef al eerder “And man created God”.

 

0
0
0
s2smodern

Het Kunstuur (2)

Kunstuur_1.jpg

 

Heilige Geestkapel & Heilige Geesthuis

2800 Mechelen

 

Hans en Joost Bourlon maakten opnieuw een absolute aanrader: je beleeft kunst op een unieke manier. Ze werden geholpen door een schare kenners, sponsors en medewerkers allerhande. Je denkt er misschien niet aan, maar inbraakbeveiliging en “meubilair” staan vermeld. Een aparte vermelding is voor Dirk Brossé, die de muziek componeerde die je via de audio hoort.

In de mooie entourage van het Heilige Geesthuis worden 33 topwerken van 19 Belgische kunstenaars uit de periode 1850-1950 voorgesteld, waarvan méér dan de helft uit privé verzamelingen. 

Op zich is dat al knap, maar het is vooral de manier waarop de tentoonstelling werd uitgewerkt die lof verdient.

 

CORONA-TIJD

Het is corona-tijd en dat vraagt van de organisatie speciale maatregelen. Je wordt ingedeeld in groepen van maximum zes, je krijgt een vouwstoeltje mee, oortjes en een audio. Alles wordt na elke rondgang ontsmet. Je hoeft geen enkele deur aan te raken, alles gaat automatisch.

Terwijl je naar een inleiding luistert, gaat stipt op tijd de deur open naar de eerste zaal en ben je omringd door een achttal schilderijen.

 

HET HANENGEVECHT

In een hoek van de ruimte verschijnt een bekende of minder bekende Vlaming die uitleg geeft over zijn of haar band met het kunstwerk en waarom het je aandacht verdient. In de eerste zaal mag Bart Somers de spits afbijten met een schilderij van Anna Boch dat “Kaai in Mechelen” voorstelt. Vervolgens is het Elodie Ouédraogo, die uitlegt dat opera zingen veel overeenkomst vertoont met haar topsport: hardlopen. Terwijl ze dit vertelt kijken we naar twee schilderijen van een tenor en een soprano. 

Zo worden we geleid langs voorbeelden uit het naturalisme, realisme, luminisme, impressionisme, fauvisme en surrealisme. De eerste en tweede Latemse groep zijn prominent aanwezig.

In de kapel is het Jo De Meyere die de levensverhalen vertelt terwijl hij je aandacht vestigt op een speciaal belicht schilderij.

Bijzondere aandacht krijgt “Het Hanengevecht” van Emile Claus, dat hier voor het eerst aan publiek getoond wordt.

 

CATALOGUS

“Het Hanengevecht” krijgt ook veel aandacht in de catalogus, die weer de moeite van de aanschaf waard is. Je ziet een afbeelding van het kunstwerk met daarnaast de uitleg.  19 foto’s met de namen, data en plaats van geboorte en dood én een korte typering stellen de kunstenaars voor. De laatste twee bladzijden tonen foto’s van de (on)bekende Vlamingen die hun verhaal aan het inspreken zijn.

 

EEN UUR

Gedurende een soort inleiding zien we de BV’s geprojecteerd in een hoek van de zaal, maar niet te lang zodat je snel de aandacht kan vestigen op het schilderij zelf. De hele rondleiding duurt exact een uur  en doordat je op een stoeltje kan zitten is er evenmin gevaar voor lichamelijke als voor geestelijke vermoeidheid!

Ik heb niets dan lof voor het uur kunst en de manier waarop het is uitgewerkt.

 

Tickets tussen 10 en 14€

On line te bestellen op hetkunstuur.com; gratis annuleren is mogelijk

Er is in maart niet veel plaats meer!

Ook open op maandag.

symbolisme, expressionisme, fauvisme en surrealisme komen aan bod. Het was een periode die veel verschillende kunststromingen telde.

 

0
0
0
s2smodern

Recensie boek - DE WERELD IN HET KLEIN (Sietze Norder)

de_wereld_in_het_klein.jpg

 

 

DE WERELD IN HET KLEIN

 

wat eilanden ons vertellen over de relatie tussen mens en natuur

 

auteur: Sietze Norder

uitgeverij: 2021 Prometheus Amsterdam

ISBN 978 90 446 4240 7

 

recensente: Gerda Sterk

eigen waardeoordeel: 8,5 à 9

 

onderwerp: biologische en culturele diversiteit, klimaatverandering

 

Het boek is een kleine geschiedenis van het leven op aarde, verteld aan de hand van eilanden. Wat kunnen wij leren van deze werelden in miniatuur?

 

Wat is een eiland?

De start van dit boek moet gesitueerd worden in 2010 op het eiland Mauritius. De auteur mag een collega vergezellen die een massagraf van dodo’s ontdekt, niet door mensen vermoord, maar omgekomen door een wereldwijde droogte zo’n 4200 jaar geleden. Daar begint zijn fascinatie voor eilanden en hoe ze ons inzicht geven in zowat alles wat er op de wereld gebeurt, of het natuur of cultuur is en hoe die elkaar beïnvloeden.

De inleiding is vrij lang omdat hij eerst probeert te bepalen wat een eiland is: is Groenland er één en past een rots in de branding met honderd vogels erop ook in zijn onderzoek? Er zijn duizenden middelgrote eilanden. Sietze selecteert volgens eigen ervaringen en interesses. Als hij ze zelf kon bezoeken is dat een pluspunt: Mauritius, de Canarische Eilanden en de Azoren. Andere redenen om ze te bespreken kan hun extreme isolatie zijn of juist hun nabijheid tot het vasteland.

 

Eilanden zijn proeftuinen van evolutie

Darwin werd door eilanden geïnspireerd tot zijn evolutietheorie en Sietze beschrijft vanaf p. 42 heel duidelijk hoe dat in zijn werk ging en waarom de Galápagos eilanden een belangrijke rol daarin speelden.

Hoe bereikten levensvormen nieuw gevormde eilanden? Ook dat is een hoofdstuk waard: “Waarom werd Krakatau na de uitbarsting eerst bereikt door een spinnetje en bijvoorbeeld niet door een Sumatraanse neushoorn?”(p. 47) Hoe konden vijftigduizend jaar geleden een soort minimensen het Indonesische eiland Flores bereikt hebben? Hoe verklaar je de soortenrijkdommen of integendeel de overeenkomsten tussen flora en fauna?

Edward Wilson is een van de grootste wetenschappelijke helden van de auteur omdat die “erin geslaagd is om inzichten uit uiteenlopende vakgebieden samen te brengen...”(p.65). Samen met R. MacArthur schreef hij een basis werk: “De theorie van eilandbiogeografie”, waaraan Sietze ideeën ontleent of ze gebruikt om de zijne kracht bij te zetten.

 

Reisverslagen

In deel 2 speculeert hij erover hoe de mensen de eilanden bereikten. De Canarische Eilanden zijn al 500 jaar voor onze tijdrekening gekoloniseerd, maar de Azoren of de Falklandeilanden moesten wachten tot de 15de-16de eeuw. Hij geeft te bedenken dat sommige eilanden regelmatig bereikbaar waren door lage waterstanden (klimaatverandering is van alle tijden!), maar om bv. Flores te bereiken moest de Homo erectus een zeestraat van 20 km oversteken en hij deed dat honderdduizenden jaren voor de Homo sapiens! (p.90 e.v.) .

1419: Madeira wordt door de Portugezen veroverd, de plaatselijke fauna en vooral flora moet wijken voor suikerrietplantages. Sietze schetst het akelige gevolg: slavenhandel. De Cariben ondergaan vanaf 1493 hetzelfde lot, behalve dat er een plaatselijke bevolking was die ofwel stierf aan ziektes of tot slaaf gemaakt werd.  “De reizen van Columbus waren een gamechanger voor de biogeografie. Waar voorheen ecologische en culturele uitwisseling vooral regionaal plaatsvond, werd dat na Columbus mondiaal.”(p.156).

 

De aarde als archipel

En dat leidt naar het derde deel: de enorm grote invloed van de mens op de aarde en hoe wat er gebeurde op eilanden daarvan een afspiegeling is. Een grote meerderheid van soorten is inmiddels uitgestorven, maar de huidige versnelde biodiversiteitscrisis hangt zeker samen met het menselijk optreden en dat legt de auteur heel aanschouwelijk uit.

 

Verbeter de wereld, begin op een eiland

Hiervoor is Mauritius, het eiland waar hij zijn reis begon, een treffend voorbeeld. De dodo is uitgestorven. Van de 19 andere endemische vogels zijn er nog 11 uitgestorven en slechts een paar “gered” door stevig ingrijpen van de mens. Het gaat daarbij niet enkel om de vreugde van het aanschouwen van een mooie vogel, het zijn ook verspreiders van zaden. De vleerhond is bejaagd en beschoten voor het doordrong van hoe groot belang hij is voor het ecosysteem van Mauritius.

Kortom, zo besluit hij, je zou de eilanden kunnen zien als een soort wereldwijd laboratorium, zoals een kanarie ooit fungeerde als een alarmsignaal in de mijnen.

 

In een prettige stijl met veel verduidelijkende voorbeelden illustreert Sietze hoe eilanden een inkijk geven in de historische wortels van hedendaagse mondiale uitdagingen. Er volgt een bronnenlijst per hoofdstuk en een trefwoordenregister. De landkaarten zijn helaas erg vaag afgedrukt, maar toch nog erg nuttig.

Sietze Norder is een biogeograaf en eilandenonderzoeker. Momenteel werkt hij aan de universiteit van Leiden.

Let op: er is een boek in omloop van een andere schrijver met precies dezelfde titel maar met een andere inhoud.

 

 Voor CIB : Didier De Wever

 

0
0
0
s2smodern

4 boeken van Bernadette en dochter Christine von Dreien - Recensies

 

Bernadette , tweeling als licht geboren, deel 1

Bernadette, het visioen over het goede, deel 2

Christina, bewustzijn schept vrede, deel 3

Christina, Uiteindelijk komt alles goed, deel 4

 

auteur: Christina von Dreien

Uitgeverij: Akasha

 

De vier boeken uit de Christina-boekenreeks zijn al tussen de zeven en de drie keer herdrukt. Vooral voor het laatste boekje is dat een prestatie, want het verscheen in 2021!

De mensen hebben dus duidelijk behoefte aan een opbeurende boodschap. Deel 1 en 2 vertellen het begin van het Christina’s verhaal vanuit het perspectief van de moeder. Deel 3 en “Uiteindelijk..” schrijft het meisje zelf.

De moeder vertrekt in deel 1 vanuit het standpunt dat het flink misgaat in de wereld. Ze heeft dus de werken van Steven Pinker, Hans Rosling, Rutger Bregman e.a. niet gelezen. Die schrijvers tonen namelijk helder aan dat het nooit zo goed ging met de aarde.

Als je stelt dat het altijd beter kan met de mensheid, dan – schrijft de moeder – moet je naar mijn dochter luisteren. Het was haar namelijk al snel duidelijk dat ze een erg speciaal kind gebaard had: iemand met een zeer hoge trillingsfrequentie, multidimensionale waarneming en paranormale gaven. De moeder stortte zich onverwijld in de kwantumfysica, neuropsychologie en bewustzijnsonderzoek om haar kind beter te begrijpen. Christina is 14 jaar als beiden zich over de thesen van Stephen Hawking buigen en ze is amper 18 jaar als ze “Bewustzijn schept Vrede” schrijft, waarin liefde, waarheid en vrijheid centraal staan. De wijsheid die de teenager tentoonspreidt, wordt als volgt verklaard: “Ze is op aarde geïncarneerd om licht en vrede te verspreiden. Het licht is overal op de wereld. Er is alleen iemand nodig die op de aan-knop drukt.”  Daaruit volgt dat ze gemachtigd is om aan de lezers allerlei goede raad te geven: “luister naar de waarheid die het hart spreekt en leef die waarheid”. Iets praktischer is: wees tevreden met wat je hebt. Iets minder praktisch: “Onvoorwaardelijk liefhebben betekent… dat je … liefde zelfs laat stromen naar plekken waar nog geen liefde is… want waar geen liefde is, is liefde het hardst nodig” (deel 3, p. 26). Kinderen zouden met plezier naar school moeten gaan, de oude structuren hebben afgedaan. Ze stelt voor om de  lessen aan te passen aan elk kind afzonderlijk (p. 141) zodat een “hartgedragen school” in de plaats komt van de opleiding tot robotten die een school nu is.

In de vier delen is er sprake van het “fijnstoffelijke”, wat ze een betere naam vindt voor dode mensen, met wie Christina gemakkelijk in contact treedt vanwege haar verhoogd trillingsniveau. Het lichaam is eenvoudigweg de behuizing van de ziel en “doordat elke ziel oorspronkelijk voortkomt uit de bron, God, draagt hij in diepste wezen onvoorwaardelijke liefde in zich”. “Wij zijn spirituele wezens die in een lichaam zijn geïncarneerd”. Vrede is belangrijk voor Christina en niet de politici zijn verantwoordelijk, nee, wij als volk zijn dat, denk maar aan de woorden: “Stel je voor dat het oorlog is, maar dat niemand erheen gaat”. Zo eenvoudig kan het zijn, ware het niet dat: “de mensen hebben een vrije wil. Het hangt enkel af van de keuzes die ze maken”.

De vier boeken zijn duidelijk geïnspireerd door de christelijke boodschap van liefde en licht en een terugkeer naar een soort aards paradijs, dat we kunnen bereiken als we allemáál haar raadgevingen volgen.  Er is sprake van “hogerdimensionale lichtwezens” die de mensheid geschapen hebben, in het oog houden en soms leiden. De piramides zijn niet gebouwd zonder hun hulp. “Veel buitenaardsen vliegen voortdurend met hun ruimteschepen rond de Aarde” (p 54, deel 4).  Toeval bestaat niet, ook de corona-epidemie heeft een doel: “het zal beter worden dan voorheen” (p 14, deel 4).

Het viel me als sceptische lezer moeilijk om oog te houden voor de toch wel mooie boodschap van de 20-jarige, verstopt als die tussen een massa onwetenschappelijke beweringen, die zelfs het gezond verstand geweld aandoen. Toch kan je op Google talloze enthousiaste reacties vinden van – meestal vrouwen – die helemaal méé zijn. Sommigen hebben het over inzichten die hun leven veranderden.

Ik kan deze boeken enkel aanraden aan degenen die hun bewustzijn willen verruimen, aan collectieve frequentieverhoging willen doen, willen leren leven met hun karma, hun spirituele netwerken willen uitbouwen, hun telepathische en telekinetische vermogens op peil willen brengen, alsook nagaan of zij aanleg hebben om met het hiernamaals in contact te treden, en – als het effe kan – met dieren en planten te communiceren. Let wel, het is niet omdat Christina dit kan, dat jij, lezer, het ook kunt, maar deze 4 boeken kunnen een leidraad zijn op je pad naar verlichting. 

 

Gerda Sterk

lid van VJV (Vlaamse Journalisten Vereniging) en van SKEPP (Studiekring voor de Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale)

 

0
0
0
s2smodern

Recensie boek - Het Vrouwenbrein

Vrouwenbrein.jpg

 

 

Zijn vrouwen slimmer dan mannen? Ja en neen. Is hun brein kleiner? Ja. Kunnen ze beter multitasken? Neen, want dat kan niemand. Zijn Aziatische vrouwen slimmer of dommer? Dat hangt ervan af…

Iris Sommer is hoogleraar psychiatrie. Ze is niet aan haar proefstuk toe, want ze maakte al eerder de neurowetenschappen toegankelijk voor een breed publiek met o.m. “Haperende Hersenen”. Je kan haar ook horen en zien bij de Universiteit van Nederland, een podcast/video die ik – samen met De Universiteit van Vlaanderen – van harte kan aanbevelen: inspirerende wetenschappers geven gratis uitleg over “iets wetenschappelijks”.

 

Het brein: hoe groter hoe beter?

 Afmetingen zijn belangrijk. Vrouwen zijn hier duidelijk in het nadeel en toch doet hun denkvermogen niet onder voor dat van mannen, wat niet alleen voor Sommer een mysterie was, maar voor alle wetenschappers.

Voortbouwend op eigen onderzoek en dat van collega’s uit de hele wereld, komt Sommers tot de bevinding dat niet alleen de grootte een rol speelt, maar ook de samenstelling van het hersenweefsel. Er is ook zoiets als zenuwcellen en daarbovenop het aantal verbindingen tussen die zenuwcellen. Bovendien is het zo dat het metabolisme van het vrouwenbrein groter is dan dat van mannen. Hierbij gebruikt ze graag een vergelijking ontleend aan Dick Swaab:”Het vrouwenbrein is een Europese auto en het mannenbrein een Amerikaanse”. Denk aan: kleiner, maar krachtiger.

Blijf in gedachten houden dat ze altijd spreekt in gemiddelden.

 

Zijn er verschillen?

Ja, er zijn zeker verschillen en die hebben niet met beter of slechter te maken, maar met de gevolgen voor lichaam en geest van testosteron, hormonen, het immuunsysteem, de manier waarop het hersenweefsel gevouwen is (!), mitochondriën, de gyrificatie, “gelateraliseerde functies”,...

Het mag duidelijk zijn dat het onderwerp van het boek niet altijd eenvoudig is voor leken. Het is de verdienste van Sommer dat ze de werking van het brein in begrijpelijke taal giet, met af en toe een grapje en beeldspraak die – hoewel niet echt wetenschappelijk –  het voordeel heeft dat ze een begrip minder abstract maken . Dat neemt niet weg dat er vele studies besproken (moeten) worden, wat soms resulteert in saaie lectuur.

 

 Iris_Sommer_small-800x800-1-e1606296617494.jpg

 

Genderstereotypen

Ook de omgeving heeft invloed op bv. de verschillende schoolresultaten van meisjes en jongens. Genderstereotypen bestaan en hebben invloed: wiskunde voor jongens, talen voor meisjes. In boeken en films zijn de vrouwen emotioneel, de mannen rationeel; vrouwen zijn minder in beeld en hebben zelden een hoofdrol.

Er is een grote samenhang tussen het neurobiologische en het sociaal-wetenschappelijke en om dat duidelijk te maken, begint ze in de baarmoeder, gaat over op de ontwikkeling van de hersenen en wijdt een hoofdstuk aan wat er gebeurt als je van geslacht verandert. Deze ingrijpende verandering leert de wetenschappers veel over wat precies de verschillen tussen mannen en vrouwen bewerkstelligt. 

Het wordt duidelijk dat van bij de conceptie de verschillen optreden en blijven doorwerken tot de dood. Sommer gaat o.a. uitgebreid in op het stresssysteem en hoe oestrogeen een verschil maakt.

 Als psychiater is ze goed geplaatst om kwetsbaarheden te onderzoeken.  Migraine is de meest voorkomende hersenaandoening (Sommers bekent er zelf aan te lijden) en “komt tot driemaal vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Bij vrouwen duurt de aanval gemiddeld ook langer en ze hebben een hoger risico op astma, depressie, angststoornissen en chronische pijn”.

Verder behandelt ze anorexia, angststoornissen, depressie, Alzheimer, e.a., en hoe die afwijkingen vrouwen anders treft dan mannen.

 

 Het mysterie ontrafeld

In dit hoofdstuk legt ze uit dat veel is ontdekt en dat er nog veel te ontdekken valt. Bovendien besluit ze te hebben aangetoond dat gender niet slechts uit twee keuzes bestaat: je kan je “deels vrouwelijk, deels mannelijk, deels genderneutraal ontwikkelen”. Daarbij sluit aan: “Hoe gendergelijk of -ongelijk is Nederland?” en “Samen sterk” waarin het begrip vrouwenquota onder de loupe genomen wordt.

Deze hoofdstukken zijn zeer toegankelijk en maatschappelijk relevant.

 

Er is een uitgebreide bronnenlijst per hoofdstuk, een verwijzing naar pubmed.gov. en een verantwoording van de selectie. Er is geen trefwoordenregister. De kaft intrigeert en geeft een algemeen beeld van de ligging van de hersenen. In de tekst zijn een paar nuttige afbeeldingen opgenomen.

 

auteur: Iris Sommer

uitgeverij: Atlas Contact, Amsterdam, Antwerpen 

recensente: Gerda Sterk, lid van VJV, SKEPP, Humanistisch Verbond

 eigen beoordeling: 8,5/10

 

 

 

0
0
0
s2smodern