Recensies

Recensie Gezelschapsspel - WOBLET

Woblet.jpg

 

WOBLET

Het creatieve letterspel

 

gezelschapsspel voor 1 tot 8 spelers

Leeftijd: vanaf 6 jaar

uitvinder: Joris Van Derbeken

te koop op: www.woblet.eu en in sommige boekhandels

recensente: Gerda Sterk, lid van VJV, SKEPP, HV

 

Let op, hier volgt de bespreking van een spel en niet van een boek! Ik rechtvaardig het verschijnen van de recensie in deze boekenrubriek, door erop te wijzen dat dit spel alles te maken heeft met letters, lezen en schrijven. 

 

Wat is het?

In een vrolijke kartonnen doos vind je 72 letterblokjes in licht dennenhout. Op elke zijde staat in het groot een letter. Eronder staat in het klein de letter die op de andere kant in het groot staat. Je mag beide kanten gebruiken. Op die manier kunnen de letters gebruikt worden voor 6 verschillende talen.

Immers, de letterfrequenties van verschillende talen zijn gekend en dus zijn de letters bruikbaar in het Nederlands, Frans, Engels, Duits, Italiaans en Spaans. Het Frans kent bv. geen ‘k’, het Nederlands gebruikt weinig ‘q’. Op die manier kan een Franstalige met een Nederlandstalige spelen, elk in zijn eigen taal.

 

Spelregels

De basis is eenvoudig: elke speler neemt een aantal blokjes - bv. 10 - en vormt om ter snelst een woord van minimum 6 letters. Op bijgevoegde kaartjes worden nog 6 andere spelmogelijkheden gesuggereerd, gaande van “maak zelf een kruiswoord”, tot “All-IN” waarbij je 12 blokjes neemt en 3 verschillende losse woorden vormt. Je kan zelf spelregels opstellen, zoals: alle woorden moeten verband houden met een thema. Je kan het online spelen en foto’s doorsturen, iets wat in corona-tijden welkom kan zijn. 

 

7 tot 77 jaar

Dat stond vroeger op de stripverhalen, maar voor dit spel is het eerder van 6-100! Alle niveaus kunnen meedoen op voorwaarde dat de deelnemer kan schrijven. Oma kan gerust met het kleinkind van zes jaar spelen als ze het niveau aanpast. Eerste leerjaar: woorden van 3 letters, volwassenen: 7 letters. Wint het kind altijd, dan maak je het moeilijker en moet het woorden van 4 letters maken. Je mag namelijk een kind niet altijd laten winnen, want hoe graag het dat ook wil, het voelt snel aan dat de “wedstrijd” niet echt is en dan verliest het zijn interesse. 

Het lijkt me een goed en nuttig cadeau voor kerst of een verjaardag en dat voor gelijk welke leeftijd.

 

Vergelijking met Scrabble

Joris Van Derbeken, een Antwerpenaar, is de uitvinder van het spel. Hij legde me uit dat zijn ontwerp méér mogelijkheden biedt dan het wereldberoemde Scrabble. De overeenkomsten zijn duidelijk. Dit zijn de verschillen: je moet niet wachten op elkaar, je speelt allemaal samen. Het gaat om snelheid, niet om punten. Je kan variaties bedenken om het moeilijker te maken. Je kan met 6 talen tegelijk spelen, ieder in zijn eigen taal. Je kan het dus gebruiken in je Spaanse les, bv. 

Niet minder dan 600 lagere scholen hebben het in gebruik. De leerlingen leren al spelend bij en dat vinden ze prettig. Bovendien doet het nadenken. Dat is ook de reden waarom het zelfs nuttig is als je het alleen speelt, op welke leeftijd ook, want het hoeft niet competitief te zijn. 

Achter zes kartonnen schermpjes kan je verbergen welk woord je legt. 

Er zit geen tasje bij om de letterblokjes te herbergen, maar iedereen heeft zeker iets bruikbaar in huis, al was het een grote sok!

 

Het volgende plukte ik van de website. Het bevat een overzicht van de spelmogelijkheden en legt uit wat een “woble” is! 

 

DE WOBLETS

 

Woblet is een klein afgelegen dorp.

De inwoners, de wobles, zijn een bijzonder creatief poezenras.

 

 De wobles hebben een strikte dagelijkse routine. Het Opwarmertje spelen ze om zes uur ‘s morgens als ochtendgymnastiek.

Bij het ontbijt maken ze het Woblet-kruiswoord.

Daarna gaan ze naar de markt om Ruilhandel te spelen.

En ’s avonds is het tijd voor het grote avontuur

Dan houden ze een Blind date vol verrassing..

 

Recensie boek - Nooit meer doen alsof

b_800_600_0_00_images_artikelfotos_november2021_unnamed.png

 

NOOIT MEER DOEN ALSOF

Denk je schaamte om en maak het je kracht

 

auteur: Aukje Nauta

non fictie: schaamtegevoelens en hoe ermee omgaan

uitgeverij: Maven publishing

recensente: Gerda Sterk, lid van het Humanistisch Verbond, VJV en 

                   SKEPP

algemene beoordeling: XXX 

 

Beschaamd zijn

De schrijfster wil ons met haar bedenkingen aanmoedigen om onze schaamte niet weg te stoppen, maar die gevoelens juist te bevrijden. Ze wil ons inspireren om van dat ongemakkelijke gevoel een sterkte te maken. Hoe we dat moeten doen verloopt via stappen, maar alles begint bij de herkenning daarvan bij jezelf en bij anderen. 

 

Wetenschap tegenover persoonlijke ervaring

In haar vakgebied – psychologie – is het persoonlijke wetenschappelijk en het wetenschappelijke persoonlijk, zo schrijft ze. Vanuit die optiek versta je beter waarom ze haar beschouwingen  ophangt aan veel anekdotes. In het begin dacht ik zelfs dat ik naar een taterende vriendin zat te luisteren die niet kon ophouden over zichzelf te vertellen en dat terwijl ik meende een serieus boek vast te hebben, gebaseerd op inzichten uit de psychologie. Die perceptie beterde naarmate de lectuur vorderde.

 

Jasper 

Haar wisselende verhouding met Jasper is een eigen ervaring waaraan ze het halve boek ophangt. In een ander soort lettertype beschrijft ze eerst wat er gebeurt tijdens haar ontmoetingen met hem, waarna ze aanduidt wat de rol van schaamte was tijdens de evolutie van vriendschap tot een liefdesrelatie met een getrouwde man. 

Daarbij gaat het niet om een verhouding met verschrikkelijke gevolgen zoals bv. Monica Lewinsky ondervonden heeft, maar om te herkennen wat er zich dagelijks afspeelt in de gevoelswereld van gewone mensen. 

Ze neemt zichzelf meestal als uitgangspunt, ervan uitgaande dat ze daarover het beste kan oordelen, maar ze heeft het ook over die man die analfabeet was en daarover zo beschaamd was dat hij het verborgen hield tot zijn zestigste. Het gaat o.a. ook over Milou, die bijna ten onder ging aan slutshaming door het studentencorps. Groepsvorming vermindert normale schaamte en doet de leden soms uiterst laakbare dingen doen. Daarvan hebben we in Leuven in december 2018 helaas een schrijnend voorbeeld gezien (niet vermeld in het boek).  

 

Alcoholverslaving is geen misdaad maar een ziekte

Wie lijdt aan een verslaving is te beschaamd om ervoor uit te komen. Nochtans is de enige oplossing te vinden in het eerst aan jezelf toegeven dat je verslaafd bent, dan het openbaar maken en dan pas kan je hulp zoeken. Ontkenning dient tot niets en dat geldt voor elke soort schaamte. Ook de analfabeet moest eerst onder ogen zien wat er fout was en dan pas ging hij lessen volgen. Later inspireerde hij iedereen die met hetzelfde probleem zat. Milou durfde eerst niet meer buiten komen, maar werd later een voorbeeld van de bestrijding van seksisme. 

 

Schaamte is niet gelijk aan schuld

Nauta legt de overeenkomsten en het verschil uit tussen gevoelens van schaamte en schuldgevoelens. Het zijn allebei sociale emoties. Bij het eerste veroordeel je je hele zelf. Als  je je schuldig voelt gaat het om een bepaald gedrag op een bepaald moment. Aanhoudende gevoelens van schaamte kunnen aanleiding geven tot depressies, tot burn-outs, tot eenzaamheid. 

 

Te veel, te weinig

Te weinig gevoelens van schaamte leidt ook tot eenzaamheid omdat de persoon de sociale afspraken overtreedt zonder het zelf te beseffen. Ze illustreert dit met een voorbeeld van een vriendin die een verjaardagscadeau afdwong zonder te beseffen dat de vriendinnenkring dit ongepast vond. 

Een bedrijf dat inzet op vernedering en het kleineren van de werknemers om die tot betere prestaties aan te zetten, zal (meestal te laat) inzien dat ze het omgekeerde bereiken. Ze bekomen enkel dat zelfs de besten denken dat ze tekort schieten en door schaamte daarover slechter presteren. 

 

Maak van schaamte je kracht

In de laatste hoofdstukken zal ze ons leren hoe we ons denken moeten veranderen. Ze vat de richtlijnen samen in een mooi schemaatje. We verschillen immers allemaal, maar het boek maakt duidelijk dat wie gevoelens van schaamte kent een beter mens is dan degene die zich boven alles verheven voelt en zichzelf de beste vindt. Juist die “betere” mens kan zichzelf ten gronde richten door te denken dat hij of zij een waardeloos iemand is en dat de wereld beter zou zijn zonder hen. Inzicht hebben in de gevoelens zou depressie kunnen verhinderen, wat in het ergste geval kan leiden tot zelfdoding. 

 

Humor 

Het is absoluut geen deprimerend boek. De schrijfster relativeert, gebruikt humor en legt de nadruk op het overkomen van de negatieve gevoelens van schaamte. De anekdotes en verhalen over zichzelf en anderen tonen aan dat de besten onder ons overmand kunnen worden door schaamte, maar als ze dat inzien, ze een aanzet tot actie vinden, wat uiteindelijk hun leven verbetert. 

Grappig is de enquête waarmee ze het boek afsluit: je zou die naar familie en kennissen moeten sturen. Zij kunnen daarop invullen hoe ze over jou denken!

Er is geen index, maar wel een lange lijst met geraadpleegde bronnen.  

 

 

20 randonnées en ligne de gare à gare par les GR – Tome 1

Gerda.jpg

 

non fictie: wandelingen tussen treinstations

uitgeverij: Topo-Guide, SGR (asbl)

auteur: een team schrijvers

recensie: Gerda Sterk, lid van VJV, SKEPP, HV

XXXX

 

Dit is de gids waarop ik zat te wachten. Helaas bestaat deze uitgave enkel in het Frans. 

 

Wandelen met de trein

Het concept is eenvoudig: je vertrekt voor een stevige wandeling in het mooie Wallonië,  maar je neemt de trein tot het beginpunt en je eindigt de wandeling aan een ander station. Bij dit soort rechtlijnige wandelingen zou je twee auto’s nodig hebben en nu geen enkele. Dit zijn dus geen lusvormige trektochten. Je volgt slingerende paden van het ene station naar het andere.

 

Ecologisch verantwoord

“Bent u verliefd op slingerende paadjes, op binnenweggetjes en … op de ijzeren weg? Wel, dan is deze topo-gids gemaakt voor u” zo presenteert het boek zich op p. 5.  Wilt u bovendien aan duurzaam toerisme een bijdrage leveren en geen  CO2 uitstoten, dan vindt u hier 20 dagtochten van gemiddeld ongeveer 20 km.

De kortste is 16 en de langste is 26 km. 

 

Praktische aanpak

Op p. 3 vind je in een nuttige inhoudstafel het volgende:

  1. de Waalse provincie (er zijn er 5) waarin de vier wandelingen zich bevinden 
  2. het begin- en het eindstation
  3. het nr. van de GR of GRP die je zal bewandelen
  4. de lengte in km
  5. de bladzijde

 

Er is een QR-symbool om de route in te scannen. Op p.9 staan raadgevingen aan de gebruikers van een GPS systeem.  Er wordt verwezen naar de juiste kaarten in de cartografie en naar een uitgave van de Topo-guide du GRP die eveneens van toepassing is.

Op het einde van elke route staan eet- en drinkgelegenheden onderweg en het adres van de toeristische info, met e-mail. 

De kaft vooraan kun je openplooien en dan krijg je een overzicht waar de lussen zich bevinden. De kaft achteraan bevat een overzicht van de hele GR waarvan één van de wandelingen deel uitmaakt. Symbolen duiden aan waar er rustbanken zijn, waar er picknicktafels staan, waar er stopplaatsen van een bus (met of zonder schuilhok) zijn, en  waar je op het panorama moet letten.

 

En route!

Ik neem als voorbeeld Rando 4: van Hoeilaart naar Genval. 

We zijn in de provincie Waals Brabant. We zullen 5 plaatsen aandoen: Hoeilaart, Ransbeck, Ohain, Hannonsart, Genval. We zitten op de spoorlijn Brussel – Namen. Het hoogteverschil staat in een grafiek aangegeven. Een paar foto’s geven een indruk van wat ons te wachten staat. Deel 1 van de wandeling ligt buiten de GR (zie het gekende symbool met een streep door). Het station heeft twee uitgangen. De tekst vertelt welke van de twee je moet nemen. Je zal onderweg banken en een picknicktafel tegenkomen. Op een kaartje kan je de weg volgen van het station naar de aansluiting met de GR126. Daar begint het deel dat ‘Chemin du Pachy’ heet. Dat is 4,7 km en eindigt bij een bushalte. Onderweg lopen we langs de muur rond Argenteuil. We lezen dat Leopold III er woonde na zijn troonsafstand tot aan zijn dood. 

Zo volgen er nog 7 hoofdstukjes met telkens goede aanduidingen, waar nodig met de huisnummers erbij. In het groen staan wetenswaardigheden (bv. het weetje over Leopold III), in het blauw is er vermelding van een mogelijke omweg om iets te gaan bekijken dat de aandacht verdient. In dit geval is het de kerk Saint-Etienne van de 17de eeuw. 

 

De proef op de som

Die heb ik nog niet kunnen nemen, want dat zou natuurlijk de beste beoordeling zijn: vind je de weg via de aanduidingen, ook als je oriëntatievermogen niet is om over naar huis te schrijven? Mij lijkt het mogelijk, zelfs met de tekst in het Frans, omdat de sleutelwoorden (tourner à gauche, prendre à droite) dikwijls dezelfden zijn. 

Er zijn al vele Topo-Guides verschenen in het Nederlands. Het is wachten op een vertaling van dit interessante deel. 




Recensie Boek - Het laatste Schilderij

b_800_600_0_00_images_artikelfotos_oktober2021_frontImagesLink.jpeg

 

 

auteur: Patrick De Rynck

uitgeverij: Ludion

non fictie: schilderkunst

recensente: Gerda Sterk

5 sterren

 

Een prachtig boek om te geven of om cadeau te krijgen en genietend te lezen!

 

EINDWERK?

In de inhoudsopgave staat ‘eindwerk’ tussen aanhalingstekens, want De Rynck zal aantonen dat wat we soms beschouwen als ‘eindwerk’ dat helemaal niet is. 

Op de kaft staat een goed voorbeeld: “Korenveld met kraaien” van Vincent van Gogh. Na dit werk maakte hij nog diverse andere doeken, maar zijn schoonzus vond de symboliek die het doek uitstraalt passen bij de noodlottige dag dat Vincent – overigens niet ver daar vandaan - zich een kogel in de borst schiet.  

 

FLORUIT

De laatste tijd focussen vele tentoonstellingen zich op de laatste jaren van een kunstenaar. Dankzij nieuwe inzichten is er dikwijls sprake van een herwaardering: men ging (en gaat) er immers van uit dat verouderen gelijk is aan de neergang van fysieke en mentale mogelijkheden, zo legt De Rynck ons uit in zijn inleiding. De heersende opinie is dat het na de bloeitijd onherroepelijk bergaf gaat en het verval intreedt. Deze beeldspraak passen we zelfs toe op culturen in het algemeen. 

“Floruit” is Latijn en betekent “heeft gebloeid”. Het wordt gebruikt bij kunstenaars van wie we de geboorte- en sterfdata niet kennen. Soms zijn ze niet alleen oud, maar oud en ziek en maken we de fout de kunstenaar en zijn laatste werk te herleiden tot zijn ziekte. We hoeven het oud worden niet op te hemelen, maar zeker ook niet te minachten, want soms geven de laatste werken integendeel blijk van een verfrissende vitaliteit. Bovendien zijn oudere schilders vrijer om te schilderen wat ze willen. Ze kunnen teren op hun bekendheid en hebben meestal genoeg verdiend. Rubens schilderde “Het Pelske” hoogst waarschijnlijk niet om te verkopen, maar eerder als een soort ‘slaapkamerschilderij’. 

 

30 GROTE NAMEN

Kiezen was frustrerend, zo lezen we, maar om het boek uitgeefbaar te maken heeft hij zich moeten beperken tot 30 grote namen uit meer dan 5 eeuwen schilderkunst. Het overzicht begint bij Jan van Eyck en eindigt bij Pablo Picasso. Van Van Eyck weten we niet veel, van Picasso weten we zeer veel. Sommige kunstenaars zijn nooit oud geworden: Rafaël, Egon Schiele en Frida Kahlo. De auteur beschouwt het als een soort memento mori en maakt van ‘het late werk’ ineens een uiterst relatief begrip. 

Van elke schilder nam De Rynck 3 werken op en streefde ernaar zoveel mogelijk ‘laatste zelfportretten’ af te beelden. 

 

REVOLUTIE VAN HET STRALENDE REALISME

Het lezen van de inleiding is boeiend en relevant, maar dan sla je de bladzijde om en begint het genieten. Daar staat Jan van Eyck! Gekende data worden – al dan niet met een vraagteken – opgesomd. Onder de grote titel volgt een brede uitleg van de laatste bevindingen van het kunsthistorisch onderzoek. In kleinere druk lezen we wat bv. tijdgenoten over hem schreven. De volgende bladzijde is een grote foto van “De heilige Barbara” met een citaat van Karel van Mander. Was dit een onvoltooid (laatste) schilderij of was het altijd bedoeld om ‘gedoodverfd’ te blijven? Dan volgen een portret van zijn vrouw, Margareta, en het beroemde “Maria met Kind...” Dankzij de uitleg kijken we aandachtig naar wat afgebeeld wordt en leren we wat er mogelijk waar is en wat overlevering is. 

Rubens schilderde ongeveer een jaar voor zijn dood een weinig flatterend zelfportret. Hij is afgebeeld in dure, zwarte kleren met een flamboyante hoed op zijn hoofd. Dan letten we – geleid door de tekst – op zijn vermoeide gezicht en op de hand die gezwollen is van de jicht. Kon hij nog wel schilderen of nam zijn atelier in Antwerpen het werk over? 

 

ZIEK, BEZWAARD EN MOE

We zijn bij Van Gogh aanbeland. Hij had geen gemakkelijk karakter, maar was toch niet de eenzaat die de literatuur van hem gemaakt heeft. “Korenveld met kraaien” blijkt dus niet zijn laatste werk. Misschien is het “Marguerite Gachet aan de piano”. Het is namelijk niet onmogelijk dat het omgangsverbod dat de vader van de jonge vrouw aan Van Gogh gaf, de aanleiding was voor zijn zelfdoding. Feit is dat het moeilijk kiezen is: Van Gogh schilderde in zijn laatste dagen 75 doeken op 70 dagen tijd! Nieuw onderzoek leidt naar het echte laatste schilderij, dat in het klein afgedrukt staat op p.107 met de nodige uitleg. 

Monet schilderde “Grandes Décorations” overheersend in blauwe tinten. Was dat een gevolg van zijn oogziekte? 

Als Matisse “De Slak” bijeen knipt en plakt, is dat dan minderwaardig of juist revolutionair nieuw werk, richting abstractie? Zat hij te revalideren in zijn rolstoel en/of is het werk tot stand gekomen dankzij hulp van assistentes? 

“Viva la vida” is vermoedelijk wel degelijk het laatste werk van Frida Kahlo. Ze bezingt het leven, hoewel polio, een bijna fataal ongeluk, rugpijn en liefdesperikelen onafgebroken deel uitmaken van haar bestaan. 

Picasso schildert op 91-jarige leeftijd een angstaanjagend zelfportret. “Of kijken we eerder naar een dodenmasker, een levende schedel zelfs?” (p.198)

 

MOOI MAAR ONBEKEND

Van Manet kennen we vooral “Een bar in de Folies-Bergère”, maar het innig mooie “Bloemen in een kristallen vaas” kwam pas in 1979 weer aan de oppervlakte. Of hij dit maakte of het een zekere Duret was, die opdracht gaf aan andere kunstenaars om alles van Manet na diens dood af te werken, blijft tot op heden een raadsel. De werken verkochten immers maanden na Manets dood nog enorm goed.  

Turner schilderde “De Wrakboei” in 1807, maar bewerkte het grondig in 1849, zodat het kan gelden als een laatste werk. “Het is een prachtig voorbeeld van zijn kracht wat kleuren betreft” (Art Journal). De zee, haar stormachtige krachten, de nietigheid van de mens en het veranderende licht zijn levenslange thema’s. Er zit ook hoop in het schilderij: de dubbele regenboog. 

 

ARTEMISIA GENTILESCHI

Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in de kunstwereld. In dit boek staan er dus slechts twee. We kennen allemaal Kahlo, maar Artemisia Gentileschi?! Zij is in Rome geboren (1593)  en in Napels gestorven na 1654. Zij krijgt een afbeelding over twee bladzijden: “Triomf van Galatea”. Haar voorstelling van sterke vrouwen, mooie naakte lichamen en haar clair-obscur zorgen ervoor dat ze op gelijke voet gezet wordt met Caravaggio. Van hem weten we veel, maar van haar niet. Recent onderzoek onthult dat deze merkwaardige vrouw veel meer is dan het bekende proces over haar verkrachting in 1612 doet uitschijnen.

 

OPZOEKINGSWERK

Over elk schilderij komen we te weten welke materialen er gebruikt werden, hoe groot het is en waar het tegenwoordig te zien is. 

Welke boeken De Rynck raadpleegde vinden we achteraan. Hij vermeldt ook dat hij tientallen museale en andere kunsthistorische websites en catalogues raisonnés raadpleegde en vergeleek met recent materiaal. 

Natuurlijk ontbreekt ook de fotoverantwoording niet, met de merkwaardige uitnodiging dat eenieder die meent rechten te kunnen laten gelden, zich tot de uitgever moet wenden.

 

VERTALING

De Rynck heeft een onderbouwd boek over ‘eindwerken’ gemaakt. Hij reikt ons een juiste appreciatie aan, omdat hij gebruik maakt van kunsthistorisch onderzoek en zijn eigen inzichten. Zo krijgen we realistische verhalen te lezen die soms breed afwijken van de gangbare opinie. 

 

Ik heb gezien dat er al een Engelse vertaling gemaakt is, zodat je het knappe boek aan nog meer mensen zou kunnen schenken! Een idee voor Kerstmis? 

 

Gerda Sterk

Tot het water stijgt ...... (recensie)

tot_het_water_stijgt.jpg

 

Tot het water stijgt

auteur: Maryse Condé

(bijna) fictie: Afrika, Haïti, armoede, corruptie

uitgeverij: Orlando

Uit het Frans vertaald: En attendant la montée des eaux (2010)

recensente: Gerda Sterk, bestuurslid van VJV en Skepp, lid van het Humanistisch Verbond

XXXX

Onafhankelijkheid

We volgen drie vrienden: Babakar, Movar en Fouad. Via hun belevenissen en hun herinneringen komen we veel te weten over toestanden in verschillende ex-koloniale landen die allemaal een zootje maken van hun onafhankelijkheid. “Een zootje” is veel te eufemistisch uitgedrukt. Condé vertelt op droge, bijna luchtige toon over afgrijselijke gebeurtenissen die de drie hoofdpersonen van ver of nabij meemaken. De landen worden met naam en toenaam genoemd, maar de mannen die op macht azen en iedereen opruimen die hen in de weg staat, krijgen fictieve namen.

We volgen vooral Babakar, een gynaecoloog, die zich ver houdt van politiek maar toch telkens moet vluchten uit het land waar hij zich juist goed had aangepast, of het nu om Guinee, Mali, Ivoorkust, Guadeloupe of Haïti gaat.

Baby Anaïs

We vernemen in de loop van het verhaal dat hij vrouw en kind verloor, maar op de eerste bladzijden lijkt het of hij een vervanging krijgt. Hij wordt opgeroepen voor een moeilijke bevalling. De baby overleeft, de moeder sterft, de vader is niet gekend. Babakar besluit snel om het kind te adopteren. Toch knaagt het schuldgevoel: baby Anaïs verdient het om kennis te maken met het land van haar moeder, dus ondernemen hij en zijn twee vrienden de reis naar Haïti.

Tovenarij

Met tovenarij, bezweringen, smeekbeden tot Allah of tot Christus proberen de mensen invloed uit te oefenen op hun erbarmelijke leven. Ze maken zichzelf wijs dat ze goed leven en trouw zijn aan een of andere hogere macht, maar niet zelden is menselijkheid ondergeschikt aan simpelweg overleven.

Het feit dat de moeder van Babakar een zwarte vrouw is met blauwe ogen maakt haar in de ogen van de dorpelingen verdacht. Ze is een heks. Na haar dood brengt ze elke nacht een bezoek aan haar zoon en zegt hem wat hij moet doen of laten. Op die manier introduceert Condé het diep geworteld vertrouwen in de ouderen. Babakar leert maar langzaam dat hij voor zichzelf moet denken en niet zijn moeder voor hem moet laten beslissen.

Corruptie

Condé giet het onheil dat we elkaar aandoen in een bijna luchtig verhaal, waarin behalve geloof in iets duister, vooral de corruptie en uitbuiting de doorslag geven. Het Westen treft veel schuld, maar ook de slachtoffers moeten beseffen dat ze zelf een rol spelen in het uitdelen van miserie. Condé introduceert via een zwerm Chinese arbeiders ook China als een nieuwe machthebber die enkel profiteert van grondstoffen, zonder de opbrengst ervan met de inwoners te delen.

Het leven in Afrika of de Caraïben is niet maakbaar, al denken de mensen van wél. Dat wordt nog duidelijker door de kracht van de natuur, die al het menselijk gekonkel nietig maakt. 

De personages bespreken allerlei belangrijke onderwerpen, wat de auteur de kans geeft om wijze uitspraken in haar verhaal te mengen en de lezer niet de kans geeft om zich in een verhaal te nestelen. Hij (of zij) wordt uitgenodigd om mee na te denken.

Soms staan er creoolse zinnen die niet vertaald worden, evenmin als Franse of Engelse, maar met die laatsten hebben we geen moeite. Het creools creëert  sfeer, al verstaan we het niet.

Panafrikanisme

De auteur (1937) is geboren in Guadeloupe. Ze schrijft in het Frans. Ze is bekend als voorvechtster van het panafrikanisme. Ze ziet Afrika als één land. In haar tientallen boeken beschrijft ze de verschillen tussen de culturen en rassen. Bekendste werk: “Ségou, de aarden wallen”.   Ze heeft les gegeven aan verschillende universiteiten over de hele wereld.

Waarom lezen?

Om een paar redenen kan ik het boek aanraden. Er zullen weinig boeken zijn die de problemen van oud-kolonies, slavernij en corruptie zo aanschouwelijk beschrijven als dit, zonder dat je onthutst de lectuur staakt. De aparte, ontspannen verteltrant maakt het verteerbaar. Ik begon de lectuur schoorvoetend, niet happig op een terneerdrukkend verhaal, maar Condé sleepte me mee op een reis door verschillende landen, culturen en levensbeschouwingen. Het is een kennismaking met een totaal andere cultuur dan de onze. Ik heb nog dikwijls aan de inhoud gedacht lang nadat ik het boek toegeslagen had.

 

Recensie boek - MOONSHOT (Mariana Mazzucato)

Moonshot.jpg

 

MOONSHOT

Grootse missies voor de hervorming van het kapitalisme

 

auteur: Mariana Mazzucato

non-fictie: economie, klimaatverandering, rol van regering

uitgeverij: Nieuw Amsterdam

vertaling van: Mission Economy: A Moonshot Guide to Changing Capitalism

 

recensente: Gerda Sterk, lid van VJV en SKEPP

*****

 

Moonshot

We gebruiken het woord “moonshot” om een ambitieus, baanbrekend en verkennend project aan te duiden, meestal binnen de techwereld. De uitvoering ervan geeft geen enkele zekerheid op winst of voordelen op korte termijn. Het is dus wild en gedurfd.

Het aanpakken van het kapitalisme, zou een moonshot kunnen zijn. 

Mazzucato gaat uit van het eerste echte schot naar de maan, met de geslaagde landing op 20.6.1969. Ze hanteert deze ongelooflijke verwezenlijking als voorbeeld van hoe we de problemen kunnen aanpakken waarmee de aarde en haar bewoners worstelen, nu in 2021.

 

Problemen

En of er problemen zijn! Ze schreef dit boek tijdens de covid-19 pandemie, maar het gaat veeleer over wat er fout is aan het kapitalisme, aan de overheid, aan de aanpak van de klimaatverandering, aan de ongelijkheid, aan de gezondheidszorg, aan discriminatie van kleurlingen en vrouwen, aan onderwijs, aan honger in de wereld,… en dan noem ik nog niet alles op!

 

Kennedy en de maanlanding

De twee zijn verbonden vanaf het moment dat president Kennedy in een toespraak in 1962 aankondigde dat het zijn ambitie was “een man op de maan te laten landen en hem weer veilig thuis te brengen”.

De auteur wijdt een heel hoofdstuk aan de Amerikaanse expeditie naar de maan om aan te tonen dat een volk een missie nodig heeft waarbij de regering, de bedrijven, de enkelingen (schoonmakers – zie de anecdote op p.69 - tot hoogbegaafde techneuten toe)  en eigenlijk het hele volk betrokken moeten zijn.  Het belangrijke hoofdstuk over de lancering van de Apollo 11 in 1969 heeft iets weg van een thriller met een happy ending. Het duikt regelmatig in het boek op als de auteur wil aantonen dat gedurfde projecten kunnen lukken onder bepaalde voorwaarden.  

 

Waarom loopt het mis?

De auteur noemt verschillende oorzaken die bijdragen tot het onheilspellende perspectief waartegen de wereld nu aankijkt.  

Het kapitalisme met zijn voortdurende behoefte aan “groei” is zeker één van de oorzaken. 

Het feit dat – hoe langer hoe meer - de regeringen zich beperken tot toekijken in plaats van leiding geven is een gevolg van de privatisering. De hele samenleving, maar ook en vooral de economie wordt overgelaten aan consultancy firma’s, die hun eigen winsten stellen boven het belang van de gemeenschap. Ze doen dat met veel succes, zodat de verschillen in inkomen groter worden in de rijke landen en de armoede toeneemt in de ontwikkelingslanden. Tussen haakjes: Mazzucato zit zelf in verschillende commissies, o.a. in het Institute for Innovation and Public Purpose, een instituut met een ronkende naam dat ze zelf oprichtte in Londen. 

De economie/kapitalisme is ontspoord, met desastreuze gevolgen voor het klimaat en het ecosysteem. 

 

Naar een duurzame economie met participatie

De internationale economie moet opnieuw uitgedacht worden. Er moet plaats zijn voor vernieuwing, voor durf, maar altijd moeten de waarden voor  de belanghebbenden (stakeholders) primeren boven die van de aandeelhouders (shareholders). Regeringen moeten investeren in alles wat die waarden kan bevorderen. Ze moeten geld steken in wat de samenleving ten goede komt, eerder dan in de stabiliteit van de markten. Ze moeten een langetermijnvisie hebben en niet gespitst zijn op de volgende verkiezingen. Iedereen zou via goed onderwijs de kans moeten krijgen deel te nemen aan de toekomst en de belastingen zouden eerlijker verdeeld moeten worden. Groei moet voldoen aan de eisen van groene duurzaamheid. 

Er is niks mis met haar visie dat de regering blijk zou moeten geven van ondernemingszin en veel geld zou moeten uitdelen aan degenen die innovatieve plannen hebben die het heil van de gemeenschap kunnen bevorderen. De regering moet van alle markten thuis zijn en niet vies zijn van risico’s. Ze moet samenwerken met de privé-sector. Ze moet het oog gericht houden op de toekomst. Om de andere bladzijde gebruikt ze de geslaagde maanlanding om te illustreren dat het allemaal kán als iedereen doordrongen is van “de missie”. Neen, er is niks mis met die visie, maar is ze realistisch?!

 

Groen

Ik had juist “Minder is meer” van Jason Hickel gelezen. Hij pleit voor minder economische groei als enige middel om de mensheid te redden. Het kapitalisme heeft afgedaan, het neoliberalisme was fout. Hernieuwbare energie is knap, maar voldoet niet aan de behoeften als we de nadruk blijven leggen op groei. Zijn boek vond ik overtuigender (en veel vlotter geschreven). 

Mazzucato lijkt me iemand die met gemak een publieke toespraak uit haar mouw schudt (zij adviseerde het team van president Joe Biden). Ze blijft vasthouden aan economische groei, zij het ten voordele van iedereen en niet alleen van de aandeelhouders of van de 1% superrijken in de wereld. Ze weet dat de klimaatverandering een belangrijk probleem is. Dit is één van haar oplossingen: “Dit betekent dat publieke banken … in de richting van het verschaffen van fondsen voor groene projecten moeten worden gestuurd... groen bankieren belonen.. groene infrastructuur omarmen… groene oplossingen aandragen.” (p.142) Deze groene zin zou passen in het partijprogramma van Groen, maar blinkt uit in vaagheid. Wat is dat trouwens “een groene oplossing”?! Ze relativeert vervolgens haar eigen stelling: “Een groene transitie zal bovendien uitblijven zonder de in dit boek bepleite revolutie in de manier waarop overheden opereren en hoe de betrekkingen tussen de publieke en de private sector zijn gestructureerd” Met deze woorden is ze tegen elke situatie ingedekt die haar stellingen zouden tegenspreken. 

 

Bejubelen of niet?

Na de publicatie in 2021 tuimelden de commentatoren over elkaar heen om het boek te bejubelen. Mij stelde het teleur. Het is in een zwaarwichtige stijl geschreven en overtuigt niet echt. Nochtans moet ik de lectuur absoluut aanbevelen, zodat u een eigen opinie vormt over de doelmatigheid van haar doelstellingen. Bovendien levert ze vanwege haar internationale bekendheid een belangrijke bijdrage aan het idee: er moet iets veranderen of het loopt slecht met ons af!