Recensies

20 randonnées en ligne de gare à gare par les GR – Tome 1

Gerda.jpg

 

non fictie: wandelingen tussen treinstations

uitgeverij: Topo-Guide, SGR (asbl)

auteur: een team schrijvers

recensie: Gerda Sterk, lid van VJV, SKEPP, HV

XXXX

 

Dit is de gids waarop ik zat te wachten. Helaas bestaat deze uitgave enkel in het Frans. 

 

Wandelen met de trein

Het concept is eenvoudig: je vertrekt voor een stevige wandeling in het mooie Wallonië,  maar je neemt de trein tot het beginpunt en je eindigt de wandeling aan een ander station. Bij dit soort rechtlijnige wandelingen zou je twee auto’s nodig hebben en nu geen enkele. Dit zijn dus geen lusvormige trektochten. Je volgt slingerende paden van het ene station naar het andere.

 

Ecologisch verantwoord

“Bent u verliefd op slingerende paadjes, op binnenweggetjes en … op de ijzeren weg? Wel, dan is deze topo-gids gemaakt voor u” zo presenteert het boek zich op p. 5.  Wilt u bovendien aan duurzaam toerisme een bijdrage leveren en geen  CO2 uitstoten, dan vindt u hier 20 dagtochten van gemiddeld ongeveer 20 km.

De kortste is 16 en de langste is 26 km. 

 

Praktische aanpak

Op p. 3 vind je in een nuttige inhoudstafel het volgende:

  1. de Waalse provincie (er zijn er 5) waarin de vier wandelingen zich bevinden 
  2. het begin- en het eindstation
  3. het nr. van de GR of GRP die je zal bewandelen
  4. de lengte in km
  5. de bladzijde

 

Er is een QR-symbool om de route in te scannen. Op p.9 staan raadgevingen aan de gebruikers van een GPS systeem.  Er wordt verwezen naar de juiste kaarten in de cartografie en naar een uitgave van de Topo-guide du GRP die eveneens van toepassing is.

Op het einde van elke route staan eet- en drinkgelegenheden onderweg en het adres van de toeristische info, met e-mail. 

De kaft vooraan kun je openplooien en dan krijg je een overzicht waar de lussen zich bevinden. De kaft achteraan bevat een overzicht van de hele GR waarvan één van de wandelingen deel uitmaakt. Symbolen duiden aan waar er rustbanken zijn, waar er picknicktafels staan, waar er stopplaatsen van een bus (met of zonder schuilhok) zijn, en  waar je op het panorama moet letten.

 

En route!

Ik neem als voorbeeld Rando 4: van Hoeilaart naar Genval. 

We zijn in de provincie Waals Brabant. We zullen 5 plaatsen aandoen: Hoeilaart, Ransbeck, Ohain, Hannonsart, Genval. We zitten op de spoorlijn Brussel – Namen. Het hoogteverschil staat in een grafiek aangegeven. Een paar foto’s geven een indruk van wat ons te wachten staat. Deel 1 van de wandeling ligt buiten de GR (zie het gekende symbool met een streep door). Het station heeft twee uitgangen. De tekst vertelt welke van de twee je moet nemen. Je zal onderweg banken en een picknicktafel tegenkomen. Op een kaartje kan je de weg volgen van het station naar de aansluiting met de GR126. Daar begint het deel dat ‘Chemin du Pachy’ heet. Dat is 4,7 km en eindigt bij een bushalte. Onderweg lopen we langs de muur rond Argenteuil. We lezen dat Leopold III er woonde na zijn troonsafstand tot aan zijn dood. 

Zo volgen er nog 7 hoofdstukjes met telkens goede aanduidingen, waar nodig met de huisnummers erbij. In het groen staan wetenswaardigheden (bv. het weetje over Leopold III), in het blauw is er vermelding van een mogelijke omweg om iets te gaan bekijken dat de aandacht verdient. In dit geval is het de kerk Saint-Etienne van de 17de eeuw. 

 

De proef op de som

Die heb ik nog niet kunnen nemen, want dat zou natuurlijk de beste beoordeling zijn: vind je de weg via de aanduidingen, ook als je oriëntatievermogen niet is om over naar huis te schrijven? Mij lijkt het mogelijk, zelfs met de tekst in het Frans, omdat de sleutelwoorden (tourner à gauche, prendre à droite) dikwijls dezelfden zijn. 

Er zijn al vele Topo-Guides verschenen in het Nederlands. Het is wachten op een vertaling van dit interessante deel. 




0
0
0
s2smodern

Recensie Boek - Het laatste Schilderij

b_800_600_0_00_images_artikelfotos_oktober2021_frontImagesLink.jpeg

 

 

auteur: Patrick De Rynck

uitgeverij: Ludion

non fictie: schilderkunst

recensente: Gerda Sterk

5 sterren

 

Een prachtig boek om te geven of om cadeau te krijgen en genietend te lezen!

 

EINDWERK?

In de inhoudsopgave staat ‘eindwerk’ tussen aanhalingstekens, want De Rynck zal aantonen dat wat we soms beschouwen als ‘eindwerk’ dat helemaal niet is. 

Op de kaft staat een goed voorbeeld: “Korenveld met kraaien” van Vincent van Gogh. Na dit werk maakte hij nog diverse andere doeken, maar zijn schoonzus vond de symboliek die het doek uitstraalt passen bij de noodlottige dag dat Vincent – overigens niet ver daar vandaan - zich een kogel in de borst schiet.  

 

FLORUIT

De laatste tijd focussen vele tentoonstellingen zich op de laatste jaren van een kunstenaar. Dankzij nieuwe inzichten is er dikwijls sprake van een herwaardering: men ging (en gaat) er immers van uit dat verouderen gelijk is aan de neergang van fysieke en mentale mogelijkheden, zo legt De Rynck ons uit in zijn inleiding. De heersende opinie is dat het na de bloeitijd onherroepelijk bergaf gaat en het verval intreedt. Deze beeldspraak passen we zelfs toe op culturen in het algemeen. 

“Floruit” is Latijn en betekent “heeft gebloeid”. Het wordt gebruikt bij kunstenaars van wie we de geboorte- en sterfdata niet kennen. Soms zijn ze niet alleen oud, maar oud en ziek en maken we de fout de kunstenaar en zijn laatste werk te herleiden tot zijn ziekte. We hoeven het oud worden niet op te hemelen, maar zeker ook niet te minachten, want soms geven de laatste werken integendeel blijk van een verfrissende vitaliteit. Bovendien zijn oudere schilders vrijer om te schilderen wat ze willen. Ze kunnen teren op hun bekendheid en hebben meestal genoeg verdiend. Rubens schilderde “Het Pelske” hoogst waarschijnlijk niet om te verkopen, maar eerder als een soort ‘slaapkamerschilderij’. 

 

30 GROTE NAMEN

Kiezen was frustrerend, zo lezen we, maar om het boek uitgeefbaar te maken heeft hij zich moeten beperken tot 30 grote namen uit meer dan 5 eeuwen schilderkunst. Het overzicht begint bij Jan van Eyck en eindigt bij Pablo Picasso. Van Van Eyck weten we niet veel, van Picasso weten we zeer veel. Sommige kunstenaars zijn nooit oud geworden: Rafaël, Egon Schiele en Frida Kahlo. De auteur beschouwt het als een soort memento mori en maakt van ‘het late werk’ ineens een uiterst relatief begrip. 

Van elke schilder nam De Rynck 3 werken op en streefde ernaar zoveel mogelijk ‘laatste zelfportretten’ af te beelden. 

 

REVOLUTIE VAN HET STRALENDE REALISME

Het lezen van de inleiding is boeiend en relevant, maar dan sla je de bladzijde om en begint het genieten. Daar staat Jan van Eyck! Gekende data worden – al dan niet met een vraagteken – opgesomd. Onder de grote titel volgt een brede uitleg van de laatste bevindingen van het kunsthistorisch onderzoek. In kleinere druk lezen we wat bv. tijdgenoten over hem schreven. De volgende bladzijde is een grote foto van “De heilige Barbara” met een citaat van Karel van Mander. Was dit een onvoltooid (laatste) schilderij of was het altijd bedoeld om ‘gedoodverfd’ te blijven? Dan volgen een portret van zijn vrouw, Margareta, en het beroemde “Maria met Kind...” Dankzij de uitleg kijken we aandachtig naar wat afgebeeld wordt en leren we wat er mogelijk waar is en wat overlevering is. 

Rubens schilderde ongeveer een jaar voor zijn dood een weinig flatterend zelfportret. Hij is afgebeeld in dure, zwarte kleren met een flamboyante hoed op zijn hoofd. Dan letten we – geleid door de tekst – op zijn vermoeide gezicht en op de hand die gezwollen is van de jicht. Kon hij nog wel schilderen of nam zijn atelier in Antwerpen het werk over? 

 

ZIEK, BEZWAARD EN MOE

We zijn bij Van Gogh aanbeland. Hij had geen gemakkelijk karakter, maar was toch niet de eenzaat die de literatuur van hem gemaakt heeft. “Korenveld met kraaien” blijkt dus niet zijn laatste werk. Misschien is het “Marguerite Gachet aan de piano”. Het is namelijk niet onmogelijk dat het omgangsverbod dat de vader van de jonge vrouw aan Van Gogh gaf, de aanleiding was voor zijn zelfdoding. Feit is dat het moeilijk kiezen is: Van Gogh schilderde in zijn laatste dagen 75 doeken op 70 dagen tijd! Nieuw onderzoek leidt naar het echte laatste schilderij, dat in het klein afgedrukt staat op p.107 met de nodige uitleg. 

Monet schilderde “Grandes Décorations” overheersend in blauwe tinten. Was dat een gevolg van zijn oogziekte? 

Als Matisse “De Slak” bijeen knipt en plakt, is dat dan minderwaardig of juist revolutionair nieuw werk, richting abstractie? Zat hij te revalideren in zijn rolstoel en/of is het werk tot stand gekomen dankzij hulp van assistentes? 

“Viva la vida” is vermoedelijk wel degelijk het laatste werk van Frida Kahlo. Ze bezingt het leven, hoewel polio, een bijna fataal ongeluk, rugpijn en liefdesperikelen onafgebroken deel uitmaken van haar bestaan. 

Picasso schildert op 91-jarige leeftijd een angstaanjagend zelfportret. “Of kijken we eerder naar een dodenmasker, een levende schedel zelfs?” (p.198)

 

MOOI MAAR ONBEKEND

Van Manet kennen we vooral “Een bar in de Folies-Bergère”, maar het innig mooie “Bloemen in een kristallen vaas” kwam pas in 1979 weer aan de oppervlakte. Of hij dit maakte of het een zekere Duret was, die opdracht gaf aan andere kunstenaars om alles van Manet na diens dood af te werken, blijft tot op heden een raadsel. De werken verkochten immers maanden na Manets dood nog enorm goed.  

Turner schilderde “De Wrakboei” in 1807, maar bewerkte het grondig in 1849, zodat het kan gelden als een laatste werk. “Het is een prachtig voorbeeld van zijn kracht wat kleuren betreft” (Art Journal). De zee, haar stormachtige krachten, de nietigheid van de mens en het veranderende licht zijn levenslange thema’s. Er zit ook hoop in het schilderij: de dubbele regenboog. 

 

ARTEMISIA GENTILESCHI

Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in de kunstwereld. In dit boek staan er dus slechts twee. We kennen allemaal Kahlo, maar Artemisia Gentileschi?! Zij is in Rome geboren (1593)  en in Napels gestorven na 1654. Zij krijgt een afbeelding over twee bladzijden: “Triomf van Galatea”. Haar voorstelling van sterke vrouwen, mooie naakte lichamen en haar clair-obscur zorgen ervoor dat ze op gelijke voet gezet wordt met Caravaggio. Van hem weten we veel, maar van haar niet. Recent onderzoek onthult dat deze merkwaardige vrouw veel meer is dan het bekende proces over haar verkrachting in 1612 doet uitschijnen.

 

OPZOEKINGSWERK

Over elk schilderij komen we te weten welke materialen er gebruikt werden, hoe groot het is en waar het tegenwoordig te zien is. 

Welke boeken De Rynck raadpleegde vinden we achteraan. Hij vermeldt ook dat hij tientallen museale en andere kunsthistorische websites en catalogues raisonnés raadpleegde en vergeleek met recent materiaal. 

Natuurlijk ontbreekt ook de fotoverantwoording niet, met de merkwaardige uitnodiging dat eenieder die meent rechten te kunnen laten gelden, zich tot de uitgever moet wenden.

 

VERTALING

De Rynck heeft een onderbouwd boek over ‘eindwerken’ gemaakt. Hij reikt ons een juiste appreciatie aan, omdat hij gebruik maakt van kunsthistorisch onderzoek en zijn eigen inzichten. Zo krijgen we realistische verhalen te lezen die soms breed afwijken van de gangbare opinie. 

 

Ik heb gezien dat er al een Engelse vertaling gemaakt is, zodat je het knappe boek aan nog meer mensen zou kunnen schenken! Een idee voor Kerstmis? 

 

Gerda Sterk

0
0
0
s2smodern

Tot het water stijgt ...... (recensie)

tot_het_water_stijgt.jpg

 

Tot het water stijgt

auteur: Maryse Condé

(bijna) fictie: Afrika, Haïti, armoede, corruptie

uitgeverij: Orlando

Uit het Frans vertaald: En attendant la montée des eaux (2010)

recensente: Gerda Sterk, bestuurslid van VJV en Skepp, lid van het Humanistisch Verbond

XXXX

Onafhankelijkheid

We volgen drie vrienden: Babakar, Movar en Fouad. Via hun belevenissen en hun herinneringen komen we veel te weten over toestanden in verschillende ex-koloniale landen die allemaal een zootje maken van hun onafhankelijkheid. “Een zootje” is veel te eufemistisch uitgedrukt. Condé vertelt op droge, bijna luchtige toon over afgrijselijke gebeurtenissen die de drie hoofdpersonen van ver of nabij meemaken. De landen worden met naam en toenaam genoemd, maar de mannen die op macht azen en iedereen opruimen die hen in de weg staat, krijgen fictieve namen.

We volgen vooral Babakar, een gynaecoloog, die zich ver houdt van politiek maar toch telkens moet vluchten uit het land waar hij zich juist goed had aangepast, of het nu om Guinee, Mali, Ivoorkust, Guadeloupe of Haïti gaat.

Baby Anaïs

We vernemen in de loop van het verhaal dat hij vrouw en kind verloor, maar op de eerste bladzijden lijkt het of hij een vervanging krijgt. Hij wordt opgeroepen voor een moeilijke bevalling. De baby overleeft, de moeder sterft, de vader is niet gekend. Babakar besluit snel om het kind te adopteren. Toch knaagt het schuldgevoel: baby Anaïs verdient het om kennis te maken met het land van haar moeder, dus ondernemen hij en zijn twee vrienden de reis naar Haïti.

Tovenarij

Met tovenarij, bezweringen, smeekbeden tot Allah of tot Christus proberen de mensen invloed uit te oefenen op hun erbarmelijke leven. Ze maken zichzelf wijs dat ze goed leven en trouw zijn aan een of andere hogere macht, maar niet zelden is menselijkheid ondergeschikt aan simpelweg overleven.

Het feit dat de moeder van Babakar een zwarte vrouw is met blauwe ogen maakt haar in de ogen van de dorpelingen verdacht. Ze is een heks. Na haar dood brengt ze elke nacht een bezoek aan haar zoon en zegt hem wat hij moet doen of laten. Op die manier introduceert Condé het diep geworteld vertrouwen in de ouderen. Babakar leert maar langzaam dat hij voor zichzelf moet denken en niet zijn moeder voor hem moet laten beslissen.

Corruptie

Condé giet het onheil dat we elkaar aandoen in een bijna luchtig verhaal, waarin behalve geloof in iets duister, vooral de corruptie en uitbuiting de doorslag geven. Het Westen treft veel schuld, maar ook de slachtoffers moeten beseffen dat ze zelf een rol spelen in het uitdelen van miserie. Condé introduceert via een zwerm Chinese arbeiders ook China als een nieuwe machthebber die enkel profiteert van grondstoffen, zonder de opbrengst ervan met de inwoners te delen.

Het leven in Afrika of de Caraïben is niet maakbaar, al denken de mensen van wél. Dat wordt nog duidelijker door de kracht van de natuur, die al het menselijk gekonkel nietig maakt. 

De personages bespreken allerlei belangrijke onderwerpen, wat de auteur de kans geeft om wijze uitspraken in haar verhaal te mengen en de lezer niet de kans geeft om zich in een verhaal te nestelen. Hij (of zij) wordt uitgenodigd om mee na te denken.

Soms staan er creoolse zinnen die niet vertaald worden, evenmin als Franse of Engelse, maar met die laatsten hebben we geen moeite. Het creools creëert  sfeer, al verstaan we het niet.

Panafrikanisme

De auteur (1937) is geboren in Guadeloupe. Ze schrijft in het Frans. Ze is bekend als voorvechtster van het panafrikanisme. Ze ziet Afrika als één land. In haar tientallen boeken beschrijft ze de verschillen tussen de culturen en rassen. Bekendste werk: “Ségou, de aarden wallen”.   Ze heeft les gegeven aan verschillende universiteiten over de hele wereld.

Waarom lezen?

Om een paar redenen kan ik het boek aanraden. Er zullen weinig boeken zijn die de problemen van oud-kolonies, slavernij en corruptie zo aanschouwelijk beschrijven als dit, zonder dat je onthutst de lectuur staakt. De aparte, ontspannen verteltrant maakt het verteerbaar. Ik begon de lectuur schoorvoetend, niet happig op een terneerdrukkend verhaal, maar Condé sleepte me mee op een reis door verschillende landen, culturen en levensbeschouwingen. Het is een kennismaking met een totaal andere cultuur dan de onze. Ik heb nog dikwijls aan de inhoud gedacht lang nadat ik het boek toegeslagen had.

 

0
0
0
s2smodern

Recensie boek - MOONSHOT (Mariana Mazzucato)

Moonshot.jpg

 

MOONSHOT

Grootse missies voor de hervorming van het kapitalisme

 

auteur: Mariana Mazzucato

non-fictie: economie, klimaatverandering, rol van regering

uitgeverij: Nieuw Amsterdam

vertaling van: Mission Economy: A Moonshot Guide to Changing Capitalism

 

recensente: Gerda Sterk, lid van VJV en SKEPP

*****

 

Moonshot

We gebruiken het woord “moonshot” om een ambitieus, baanbrekend en verkennend project aan te duiden, meestal binnen de techwereld. De uitvoering ervan geeft geen enkele zekerheid op winst of voordelen op korte termijn. Het is dus wild en gedurfd.

Het aanpakken van het kapitalisme, zou een moonshot kunnen zijn. 

Mazzucato gaat uit van het eerste echte schot naar de maan, met de geslaagde landing op 20.6.1969. Ze hanteert deze ongelooflijke verwezenlijking als voorbeeld van hoe we de problemen kunnen aanpakken waarmee de aarde en haar bewoners worstelen, nu in 2021.

 

Problemen

En of er problemen zijn! Ze schreef dit boek tijdens de covid-19 pandemie, maar het gaat veeleer over wat er fout is aan het kapitalisme, aan de overheid, aan de aanpak van de klimaatverandering, aan de ongelijkheid, aan de gezondheidszorg, aan discriminatie van kleurlingen en vrouwen, aan onderwijs, aan honger in de wereld,… en dan noem ik nog niet alles op!

 

Kennedy en de maanlanding

De twee zijn verbonden vanaf het moment dat president Kennedy in een toespraak in 1962 aankondigde dat het zijn ambitie was “een man op de maan te laten landen en hem weer veilig thuis te brengen”.

De auteur wijdt een heel hoofdstuk aan de Amerikaanse expeditie naar de maan om aan te tonen dat een volk een missie nodig heeft waarbij de regering, de bedrijven, de enkelingen (schoonmakers – zie de anecdote op p.69 - tot hoogbegaafde techneuten toe)  en eigenlijk het hele volk betrokken moeten zijn.  Het belangrijke hoofdstuk over de lancering van de Apollo 11 in 1969 heeft iets weg van een thriller met een happy ending. Het duikt regelmatig in het boek op als de auteur wil aantonen dat gedurfde projecten kunnen lukken onder bepaalde voorwaarden.  

 

Waarom loopt het mis?

De auteur noemt verschillende oorzaken die bijdragen tot het onheilspellende perspectief waartegen de wereld nu aankijkt.  

Het kapitalisme met zijn voortdurende behoefte aan “groei” is zeker één van de oorzaken. 

Het feit dat – hoe langer hoe meer - de regeringen zich beperken tot toekijken in plaats van leiding geven is een gevolg van de privatisering. De hele samenleving, maar ook en vooral de economie wordt overgelaten aan consultancy firma’s, die hun eigen winsten stellen boven het belang van de gemeenschap. Ze doen dat met veel succes, zodat de verschillen in inkomen groter worden in de rijke landen en de armoede toeneemt in de ontwikkelingslanden. Tussen haakjes: Mazzucato zit zelf in verschillende commissies, o.a. in het Institute for Innovation and Public Purpose, een instituut met een ronkende naam dat ze zelf oprichtte in Londen. 

De economie/kapitalisme is ontspoord, met desastreuze gevolgen voor het klimaat en het ecosysteem. 

 

Naar een duurzame economie met participatie

De internationale economie moet opnieuw uitgedacht worden. Er moet plaats zijn voor vernieuwing, voor durf, maar altijd moeten de waarden voor  de belanghebbenden (stakeholders) primeren boven die van de aandeelhouders (shareholders). Regeringen moeten investeren in alles wat die waarden kan bevorderen. Ze moeten geld steken in wat de samenleving ten goede komt, eerder dan in de stabiliteit van de markten. Ze moeten een langetermijnvisie hebben en niet gespitst zijn op de volgende verkiezingen. Iedereen zou via goed onderwijs de kans moeten krijgen deel te nemen aan de toekomst en de belastingen zouden eerlijker verdeeld moeten worden. Groei moet voldoen aan de eisen van groene duurzaamheid. 

Er is niks mis met haar visie dat de regering blijk zou moeten geven van ondernemingszin en veel geld zou moeten uitdelen aan degenen die innovatieve plannen hebben die het heil van de gemeenschap kunnen bevorderen. De regering moet van alle markten thuis zijn en niet vies zijn van risico’s. Ze moet samenwerken met de privé-sector. Ze moet het oog gericht houden op de toekomst. Om de andere bladzijde gebruikt ze de geslaagde maanlanding om te illustreren dat het allemaal kán als iedereen doordrongen is van “de missie”. Neen, er is niks mis met die visie, maar is ze realistisch?!

 

Groen

Ik had juist “Minder is meer” van Jason Hickel gelezen. Hij pleit voor minder economische groei als enige middel om de mensheid te redden. Het kapitalisme heeft afgedaan, het neoliberalisme was fout. Hernieuwbare energie is knap, maar voldoet niet aan de behoeften als we de nadruk blijven leggen op groei. Zijn boek vond ik overtuigender (en veel vlotter geschreven). 

Mazzucato lijkt me iemand die met gemak een publieke toespraak uit haar mouw schudt (zij adviseerde het team van president Joe Biden). Ze blijft vasthouden aan economische groei, zij het ten voordele van iedereen en niet alleen van de aandeelhouders of van de 1% superrijken in de wereld. Ze weet dat de klimaatverandering een belangrijk probleem is. Dit is één van haar oplossingen: “Dit betekent dat publieke banken … in de richting van het verschaffen van fondsen voor groene projecten moeten worden gestuurd... groen bankieren belonen.. groene infrastructuur omarmen… groene oplossingen aandragen.” (p.142) Deze groene zin zou passen in het partijprogramma van Groen, maar blinkt uit in vaagheid. Wat is dat trouwens “een groene oplossing”?! Ze relativeert vervolgens haar eigen stelling: “Een groene transitie zal bovendien uitblijven zonder de in dit boek bepleite revolutie in de manier waarop overheden opereren en hoe de betrekkingen tussen de publieke en de private sector zijn gestructureerd” Met deze woorden is ze tegen elke situatie ingedekt die haar stellingen zouden tegenspreken. 

 

Bejubelen of niet?

Na de publicatie in 2021 tuimelden de commentatoren over elkaar heen om het boek te bejubelen. Mij stelde het teleur. Het is in een zwaarwichtige stijl geschreven en overtuigt niet echt. Nochtans moet ik de lectuur absoluut aanbevelen, zodat u een eigen opinie vormt over de doelmatigheid van haar doelstellingen. Bovendien levert ze vanwege haar internationale bekendheid een belangrijke bijdrage aan het idee: er moet iets veranderen of het loopt slecht met ons af!

0
0
0
s2smodern

Recensie boek "Je pijn te lijf"

gerda.jpg

 

auteur: Leen Vermeulen

illustraties: Judith Vanistendael

non-fictie: medische wereld: leven met pijn

uitgeverij: EPO

recensente: Gerda Sterk, lid van het Humanistisch Verbond, VJV, SKEPP

beoordeling: 4 op 5

 

 Pijn en brein

Pijn zit tussen je oren?! Inderdaad, als je met blote voeten op een stuk glas trapt, zal er onmiddellijk een alarmsignaal naar de hersenen gezonden worden en die zitten “tussen de oren”. Pijn is dus nuttig om te overleven, maar er elke dag mee  leven is een recept voor een lijdensweg. Lees gelijk welk interview met iemand die leeft met pijn en je voelt je ontzettend dankbaar dat dit boek niet voor jou is.

De auteur is evenwel al 20 jaar als huisarts bezig om mensen met chronische pijnen te helpen. Het is haar duidelijk geworden dat een puur medische benadering niet de oplossing is. Daarom schreef ze dit boek.

 

Het halfvolle flesje

In 10 hoofdstukken gaat ze na wat er allemaal van invloed is op onze pijnbeleving. Denk maar hoe afleiding helpt om een kind onmiddellijk te doen stoppen met huilen als het bv. een teentje pijnlijk gestoten heeft.

Nadat ze eerst bevattelijk uitlegt wat pijn is, gaat ze in op wat we allemaal te hulp kunnen roepen om ermee te leven. Zo is afleiding van gedachten een belangrijk hulpmiddel, maar ook bewegen (hiervoor geeft ze 10 spelregels), gedrag, het bestrijden van stress, sociaal contact e.d. Als jij iemand bent die het flesje water eerder als halfleeg ziet i.p.v. halfvol, dan zal die negatieve kijk ook je pijnbeleving beïnvloeden. Op p. 62 geeft ze een overzicht van “denkfouten” en hoe ze te verbeteren.

 

Werkboek

De hoofdstukken volgen een vast patroon. Zo bv. behandelt hoofdstuk 3 de Breinmatrix. Noodzakelijke moeilijke woorden worden uitgelegd, dan gaat ze in op wat gedachten doen met de pijn, hoe het gedrag de pijn beïnvloedt, het verband tussen emoties en pijn, de rol van het geheugen, de context waarin de pijn optreedt. Dat laatste ziet ze trouwens ruim maatschappelijk: als je schrik hebt om je job te verliezen, zal dat negatief werken. De overheid en de werkgever zouden aangepaste maatregelen moeten nemen.

Na een “We onthouden” wat een samenvatting geeft in korte punten, volgen twee lege bladzijden waarop je je eigen persoonlijke bedenkingen kwijt kunt. De bedoeling van de auteur is immers dat de patiënt zich bewust wordt van wat er allemaal speelt bij zijn of haar pijnbeleving. De omstandigheden en het eigen brein zijn voor iedereen anders, daarom is het nuttig op die bladzijden neer te schrijven wat – van hetgeen je gelezen hebt – op jezelf van toepassing is. Bovendien zijn ze een aansporing om niet bij “de pakken te blijven zitten, maar het leven terug in eigen handen te nemen” zoals Koen van Boxem schrijft in zijn nawoord.

 

Illustraties

De illustraties zijn niet zozeer gericht op het verduidelijken dan wel op het prettig voorstellen van dit moeilijke onderwerp.

 

Geneeskunde voor het volk

Regelmatig sijpelen de ideeën van deze door PVDA opgerichte ideologie door, zowel in het voorwoord van voorzitter van Geneeskunde voor het volk, J.Ronse ( samen veranderen we de wereld; strijd voor meer rechtvaardigheid), als in de tekst van Vermeulen (er is hoop, de mens is van nature goed, in onze kapitalistische maatschappij vieren individualisme en concurrentie hoogtij )

 Niemand kan tegen hun ideeëngoed zijn. Zo lees ik op hun website: “Gezondheid is een basisrecht, zoals het recht op onderwijs en huisvesting. De verzekerde toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg is een belangrijke voorwaarde voor een goede levenskwaliteit. Gezondheid mag geen koopwaar zijn. Sociale onrechtvaardigheid doodt op grote schaal...”. 

 

Perspectief

 “Dit boek is een pleidooi om de puur medische kijk op chronische pijn te overstijgen. Een werkboek vol nieuwe inzichten en handvatten dat zowel patiënten als zorgverleners hoop en perspectief biedt”. Ik kan mij bij deze positieve beoordeling aansluiten!

0
0
0
s2smodern

WALLONIË EN DE ARDENNEN - 365 BUITENGEWONE PLEKKEN

111.jpg

 

WALLONIË EN DE ARDENNEN

 

365 BUITENGEWONE PLEKKEN

 

auteur: Kristien Hansebout

Fietsen, wandelen, overnachten

 

uitgeverij Sterck & de Vreese

ISBN 978 90 5615 712 8

 

recensente: Gerda Sterk

 

 

Het boek van Kristien Hansebout komt juist op tijd. Corona-maatregelen dwingen ons om in eigen land te blijven en zie hoeveel moois daar te ontdekken valt!

 

Onontgonnen paden

Als je het humoristische voorwoord van Christophe Deborsu gelezen hebt, ben je helemaal gereed om het ongewone te gaan ontdekken in het zuiden des lands. Kristien zelf specificeert in haar inleiding wat we kunnen verwachten van haar boek en dat is niet de Leeuw van Waterloo (die kennen we immers al), neen, voor haar draait het om “authenticiteit en onontgonnen paden”.

Ik laat haar zelf aan het woord: ”Dit is geen fiets-, wandel- of autoboek, maar een belevingsboek… Het eindresultaat is een toolbox met 32 wandeltips, 22 fietstochten en 10 auto- of motortochten, verspreid over alle provincies van Wallonië… onderweg een buitengewone nacht doorbrengen in een … yurt of dom’up”

 

En route!

Op een overzichtskaart zie je in kleur waar Kristien ons naartoe wil leiden, met bv. rood voor wandeltochten en een aantal herkenbare symbooltekens. Op de detailkaart die aan de routes voorafgaat kan een hartje staan voor “Mooiste dorpje van Wallonië”. Via een QR code kan je de tocht inscannen en zo de GPX-track downloaden op je GPX-apparaat of je smartphone.

Het boek is opgedeeld per provincie. Die namen staan in het Nederlands, maar voor al de andere plaatsen geldt de gebruikelijke Franse naam. Het zou ook verwarrend zijn om te gaan zoeken naar Genepiën als je in Genappe moet zijn.

Henegouwen is bedeeld met 9 routes, Luik met 5, Luxemburg krijgt er 9 Namen 15, Waals-Brabant  4. Al deze routes kan je onderling verbinden, met altijd de nadruk op het misschien minder spectaculaire, maar daarom niet minder interessante.

 

Routes

Elke tocht wordt ingeleid met een montere beschrijving van wat de hoofdpunten zijn met wat achterliggende info. Een paar mooie foto’s geven goesting om te vertrekken. De startplaats wordt opgegeven en vervolgens leidt Kristien je op weg. Goede uitleg maakt je bewust van de plek waar je staat. Soms is er méér nodig dan een paar regels, zo bv. krijgen we bij het Benedictijnerklooster van Chevetogne uitleg in een kader in een andere kleur met een extra foto.  Natuurlijk wordt horeca vermeld waar ze is en overnachting als die speciaal is. De auteur wijst er soms op dat er een mogelijkheid is om een traject met de auto te doen. Op die manier wordt het boek toegankelijk voor degenen die niet op de fiets kunnen springen of de wandelschoenen aanbinden.

 

Ongewone dingen tijdens de tocht

Elk hoofdstuk wordt hiermee afgesloten en dat vind ik een zeer goede vondst. Zou je eraan denken om in Mélin te stoppen om bewust “de witte huizen en grote boerderijen” in je op te nemen? Zou je Café Lallemand binnen stappen om te zien “waar de tijd is blijven stil staan”? Je zou zomaar het prachtige kasteel La Ramazée met het Chinees paviljoentje missen!

 

Natuur Kunst Geschiedenis

en gastronomie, dat vind je allemaal in dit boek en dan vergeet ik nog de speciale logies. Wat je niet vindt is een aanduiding van treinstations of bushaltes. De apps van het openbaar vervoer zijn tegenwoordig zo goed dat je overal je weg naar huis kan vinden, tenminste als je een GSM en 4G hebt. Indien niet, kan je met dit boek thuis de nodige voorbereidingen treffen. 

Al die informatie maken het boek redelijk zwaar om dragen, maar het past zeker in de fietstas of de rugzak. Vergeet ook niet dat je de route op je GSM kan zetten via de QR code, zodat je enkel het boek bovenhaalt als je aangekomen bent op één van die speciale plekken die het zuiden van België rijk is. 

 

Corona

Door de corona maatregelen gebeurde het de voorbije maanden dat er te veel volk samen kwam op dezelfde plaatsen. Met dit boek kan je dat vermijden, maar ook na corona blijft dit een interessant boek. Elke dag valt er een nieuw stukje Wallonië te ontdekken en wie weet, maak je kennis met de vriendelijke zuiderburen van wie Kristien spreekt in haar inleiding.

 

Gerda Sterk, bestuurslid van VJV en SKEPP

 

0
0
0
s2smodern